ROM’s treden buiten hun oevers
Op 26 november besprak de Statencommissie Bestuur en Middelen het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer over het reilen en zeilen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) van de vier Randstedelijke Provincies. Daaruit kwam voor Zuid-Holland een verontrustend beeld naar voren. De ROM ontwikkelt vooral zichzelf. Reden voor SP-fractievertegenwoordiger Harre van der Nat om stevig aan de bel te trekken.
Het Rekenkameronderzoek kwam tot stand naar aanleiding van een motie in Flevoland, die vroeg om inzicht te verschaffen in de beleidsmatige en bestuurlijke relatie tussen de Randstedelijke Provincies en de ROM’s.
De Zuid-Hollandse ROM is in 2013 in het leven geroepen om economische achterstanden in bepaalde regio’s te bestrijden, met name door het terugdringen van werkloosheid. Van der Nat: “Dat was een prachtig streven, maar wat je wel vaker ziet – en dat is geheel in lijn met andere ontwikkelingen die gepaard of gebukt gaan onder een kapitalistisch systeem – is dat het daar niet bij blijft. Die eerste kerntaak werd al snel ingeruild voor meer winstgevende taken.”
Tegenwoordig richten ROM’s zich naast het wegwerken van achterstanden ook op het algemeen versterken van de regionale economie door middel van innovatie, investeren en internationalisering. Ze gingen zich specialiseren in het aantrekken van buitenlandse bedrijven. Die verstrekken soms durfkapitaal, overbruggen financieringskloven en spelen een belangrijke rol in maatschappelijke transities op thema’s als duurzaamheid en digitalisering. Geheel in lijn met verdere liberalisering ontstond er onderling, hoewel er sprake is van samenwerking, ook een zekere rivaliteit om bedrijven uit binnen- en buitenland aan te trekken.
De overheid werd slechts geldschieter en kwam steeds meer op afstand te staan. Zuid-Holland heeft eenmalig € 39,7 miljoen ingelegd voor de verwerving van aandelen in de ROM en geeft jaarlijks € 2,3 miljoen exploitatiesubsidie. Van der Nat: “Met dit geld ontwikkelde de ROM vooral zichzelf. Terecht wordt door de Randstedelijke Rekenkamer de conclusie getrokken dat de directe interactie tussen Provinciale Staten en de ROM nihil is. De ROM’s kwamen te veel op afstand van de politiek.”
De SP-fractie heeft aangegeven aan Gedeputeerde Staten dat we vooral en in lijn met de adviezen van de Rekenkamer voortaan door moeten.
Dat betekent:
* Uitwerken van de rolverdeling en rolvastheid tussen PS, GS en ROM
* Actieve inzet om meerjarenprogramma’s van de ROM sluitend te krijgen (maar dan wel toetsbaar voor PS).
* Verstrekken van verschillende specifieke opdrachten door de Provincie aan de ROM (ook daarbij zou de SP fractie het fijn vinden dat GS hun zienswijze deelt met PS).
* In kaart brengen van de financiële risico’s en onzekerheden (ook over wat het Rijk en andere overheden gaan doen).
* Reflecteer op de gesignaleerde kansen en risico’s ten aanzien van ROM’s en organiseer hierover een gedachtewisseling tussen GS en PS die door GS binnen een jaar aan de commissie BMM wordt voorgelegd.
