Provinciale Statenverkiezingen 2019 SP Zuid-Holland

20-3-2019: Tijd voor rechtvaardigheid!

Foto: SP

Lijsttrekker: Lies van Aelst

‘Wat de SP betreft wordt Zuid-Holland de komende jaren de schoonste, sociaalste en meest rechtvaardige provincie. Dat gaan we doen door inwoners te helpen hun huizen te isoleren en met het opwekken van schone energie. Ook gaan we in gemeenten helpen veel meer écht betaalbare koop- en huurhuizen te bouwen. Het lozen van gevaarlijke stoffen door chemische bedrijven gaan we stoppen. Want we willen niet minder, maar géén giftige uitstoot in onze leefomgeving!’

11. Jerry Snellink

12. Thijs Coppus

13. Boris Stil

14. Tugay Filiz

15. Karin van Galen

16. Alexander van Steenderen

17. Bert Peterse

18. Eva Dansen

19. Joost van der Sluis

20. Arie Redert

21. Yoeri Arends

22. Hanne Drost

23. Debbie van Dijk

24. Ivan Beij

25. Ronald Portier

26. Bart Vermeulen

27. Jan Baas

28. Ria Reijerse

29. Arnout Hoekstra

30. Cem Lacin

Geen vervuilende uitstoot

Veel bedrijven stoten gevaarlijke chemische troep uit in onze lucht en in ons water. Dit gaan we stoppen. We willen niet minder, maar NUL uitstoot.

Woonrechtvaardigheid

Jaren wachten op een passende woning is niet rechtvaardig. De provincie draagt daarom ook financieel bij aan de bouw van meer echt betaalbare woningen.

Transportrechtvaardigheid

Iedereen in Zuid-Holland moet snel en betaalbaar van A naar B kunnen komen. Dit vereist openbaar vervoer dat voor iedereen bereikbaar én betaalbaar is.

Klimaatrechtvaardigheid

We helpen Zuid-Hollanders –te beginnen met de huishoudens met de laagste inkomens– hun huizen te isoleren en schone energie op te wekken.

Groene hart blijft groen

De broodnodige nieuwe woningen bouwen we op plekken waar ze níet ten koste gaan van het het schaarse groen in Zuid-Holland. 

Geluidsoverlast aanpakken

Geluidsoverlast schaadt aantoonbaar de gezondheid. We beschermen we onze inwoners tegen overlast van Schiphol, Rotterdam Airport en wegen.

Meer natuur

Groen doet aantoonbaar goed voor de gezondheid. De provincie legt daarom eerder wegbezuinigde natuurgebieden alsnog versneld aan.

Aanpak bodemdaling

De provincie gaat door met investeren in proeven met effectieve, gebiedsgerichte aanpak van de bodemdaling in het Groene Hart.

Verantwoorde landbouw

De provincie stimuleert duurzame landbouw en streekproducten met een eerlijke prijs voor boeren én consumenten.

Bescherming groen erfgoed

De provincie gaat groene historische landschapselementen zoals geriefhoutbosjes, koebochten en oeverwallen beter beschermen.

Meer dierenwelzijn

De SP is tegen plezierjacht. Overlast en schade aan landbouwgewassen willen we op diervriendelijke wijze tegengaan.

Meer binnenvaart

De provincie stimuleert de binnenvaart om de C02-uitstoot en files op de wegen te verminderen.

Verkiezingsprogramma 2019-2023: Tijd voor rechtvaardigheid

1. Inleiding

Sinds 2011 maakt de SP in Zuid-Holland niet alleen deel uit van Provinciale Staten, maar ook van het College van Gedeputeerde Staten. In de periodes 2011-2015/2015-2019 was SP-gedeputeerde Rik Janssen verantwoordelijk voor milieutoezicht & handhaving, bodem, water, vervoer over water, erfgoed, cultuur en maatschappij. 

Nu de tweede periode waarin de SP deel uitmaakt van het provinciebestuur voorbij is, kijken we met trots terug op wat we hebben bereikt. In 2015 stonden we voor belangrijke keuzes. De SP kwam in actie voor natuur en milieu. We kozen ervoor om niet te wachten op Europa, maar om zelf op te komen voor onze leefomgeving.

Zo verscherpten we toezicht en handhaving bij risicobedrijven en legden we onder meer bij de Dordtse Biesbosch en in de Krimpenerwaard nieuwe natuurgebieden aan. Onder aanvoering van de SP werd de provincie Zuid-Holland ook officieel partner van de Statiegeldalliantie. 

Ook goed, betaalbaar en bereikbaar openbaar vervoer in onze provincie vinden we erg belangrijk. We hebben ons daarom met succes ingezet voor verlaging van de tarieven en voor behoud van zo veel mogelijk ljinen toen de fijnmazigheid onder druk kwam te staan.

Op het gebied van duurzaamheid werken we toe naar een rechtvaardige, duurzame en fossielvrije toekomst voor iedereen. We spraken ons uit tegen de gaswinning, investeerden 100 miljoen in duurzame energie en 2,5 miljoen in lokale initiatieven voor de energietransitie. 

Ook de komende vier jaar wil de SP in Zuid-Holland het verschil blijven maken. We streven ernaar dit te doen in een coalitie van partijen die van nature het dichtst bij het gedachtegoed van de SP liggen. Er is immers op veel terreinen nog veel te verbeteren.

Denk bijvoorbeeld aan de woningnood, klimaatrechtvaardigheid en het aanleggen van meer natuur. Ook voor het behoud van het open Groene Hart en voor iedereen betaalbaar en bereikbaar OV zullen wij ons blijven inzetten. Voor chemische risicobedrijven komt er wat ons betreft een nieuwe norm van NUL uitstoot.

Kortom, een stem op de SP blijft nodig en we hopen op uw steun. Wat de uitslag van de verkiezingen ook zal zijn, de SP zal zich ook de komende vier jaar in een coalitie of in de oppositie inzetten voor een beter, schoner en rechtvaardiger Zuid-Holland. Voor nu en voor later.

2. ONZE LEEFOMGEVING, VEILIG EN SCHOON

Hoewel een schone en veilige leefomgeving eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn, is dit door de uiteenlopende belangen niet altijd het geval. Zo hebben alle betrokkenen vooral een eigenbelang. Dat deze belangen in veel gevallen aan elkaar tegenstrijdig zijn, maakt een zorgvuldige afweging noodzakelijk. Wat de SP betreft staat de veiligheid en gezondheid van onze inwoners hierbij voorop en dienen alle andere belangen hieraan ondergeschikt te zijn.

Zuid-Holland kent veel risicovolle (chemische) industrie. De provincie verstrekt de vergunningen voor deze industrie en heeft een belangrijke toezichts- en handhavingstaak. Er is de afgelopen jaren, mede dankzij onze inzet, veel verbeterd aan de controle en handhaving van de veiligheid bij deze bedrijven. Om de risico’s voor de inwoners zo klein mogelijk te maken heeft de provincie de regels rond onze veiligheid, soms op de rand van wat wettelijk mogelijk is, bij deze bedrijven gehandhaafd. Er blijft hier echter nog een wereld te winnen, maar helaas zijn strengere provinciale regels op dit moment niet mogelijk, omdat landelijke of Europese wetten dat niet toestaan. De SP blijft zich inzetten om dit wel mogelijk te maken. De SP blijft er voor strijden in Zuid-Holland zo streng als mogelijk te zijn en hierbij de randen van de wetten op te zoeken.

Vergunningen

De provincie geeft vergunningen af voor de risicovolle (chemische) industrieën. De SP wil af kunnen dwingen dat een bedrijf een nieuwe vergunning aan moet vragen (een afdwingbare revisievergunning) in plaats van een lappendeken aan oude stukken vergunning te hebben. Zo moet het bedrijf voldoen aan de nieuwste technieken. De SP wil dat er voor dit soort bedrijven, naast een afdwingbare revisievergunning, een nieuwe standaard wordt ingevoerd, waarbij het uitgangspunt “Uitstoot nul” de leidraad wordt. Wat de SP betreft zullen al deze bedrijven moeten gaan werken aan een productieproces dat de leefomgeving op geen enkele manier meer belast. Omdat dit, gezien de huidige wet- en regelgeving, niet afdwingbaar is, staan wij voor een provincie die op alle fronten actief aan de slag gaat om dit doel te bereiken.

Onze voorstellen:

  • Uitgangspunt bij alle bedrijven wordt de regel: “Uitstoot nul”.
  • De provincie gaat betrokken bedrijven stimuleren om vrijwillig mee te werken aan een proces dat leidt tot dit uitgangspunt.
  • De provincie gaat technologie die kan bijdragen aan deze ontwikkeling ondersteunen.
  • Er komt een fonds voor bedrijven die gebruik willen maken van nieuwe ontwikkelingen die de uitstoot substantieel verminderen.
  • De provincie onderzoekt of het aantal controle- en meetpunten voor lucht- en waterkwaliteit in Zuid-Holland voldoende is om de kwaliteit van lucht en water afdoende te meten. Waar dit niet het geval is worden meetpunten bijgeplaatst.
  • De lijn van strenger controleren en handhaven van bedrijven wordt voortgezet en waar mogelijk verder aangescherpt.
  • Er komt een zwarte lijst van bedrijven die zich niet aan de regels houden. Deze lijst wordt gepubliceerd op de website van de provincie en eens per jaar in de dagbladen.
  • Bedrijven die op de zwarte lijst staan komen niet in aanmerking voor bijdrages uit door de provincie ingestelde fondsen of subsidies.
  • Bij overtreding van de regels wordt direct gehandhaafd en het zwaarst mogelijke sanctiemiddel ingezet.
  • Vergunningen voor de uitstoot van stoffen worden regelmatig geactualiseerd.
  • Nieuwe vergunningen worden niet gegeven als niet voor 100 procent is gegarandeerd dat men het uitgangspunt “Uitstoot nul” onderschrijft en gaat uitvoeren.
  • De provincie blijft er bij het Rijk op aandringen een afdwingbare revisievergunning wettelijk mogelijk te maken en dat het uitgangspunt “Uitstoot Nul” ook het uitgangspunt zal zijn bij nieuwe wetten en regels.

Bestrijdingsmiddelen

De negatieve effecten van bestrijdingsmiddelen en te veel (kunst)mest op het milieu zijn zeer groot. De provincie blijft zich inzetten voor een beter milieu en het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en te veel meststoffen, zowel bij het gebruik van deze stoffen bij bedrijven als het gebruik hiervan door particulieren. De provincie zelf gebruikt bij al haar eigen wegonderhoud en ander onderhoud geen insecticiden of stoffen die schadelijk zijn voor de natuur.

Onze voorstellen:

  • De provincie gaat het gebruik van insecticiden en landbouwgifstoffen, zoals bijvoorbeeld glyfosaat en neonicotinoïden, door bedrijven en particulieren terugdringen en beëindigen.
  • De provincie zet zich in om het overmatig gebruik van (kunst)mest terug te dringen, wat een grote verbetering voor het milieu zou betekenen.
  • Op het overschrijden van de wettelijke normen bij gebruik van bestrijdingsmiddelen zal, om vervuiling en aantasting van milieu en grondwater tegen te gaan, streng worden toegezien en
  • gehandhaafd.
  • Bedrijven die zich op een of andere manier schuldig maken of hebben gemaakt aan het overtreden van de wettelijke norm komen niet in aanmerking voor provinciale subsidie of andere provinciale ondersteuning.
  • De provincie gaat verkopers van bestrijdingsmiddelen aan particulieren actief benaderen en samen met de sector streven naar het terugdringen van het gebruik en het bieden van alternatieve oplossingen.
  • Er komt een fonds voor het stimuleren van alternatieve oplossingen voor bestrijdingsmiddelen.

Luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit in Zuid-Holland verbetert maar het gaat te langzaam en is vooral in de grote steden Rotterdam en Den Haag nog lang niet goed genoeg. Vooral de concentratie van zeer schadelijke stikstofoxiden moet verder worden teruggedrongen. Dit kan door het stimuleren van schonere
motoren in het vrachtvervoer. De SP wil dit beleid ook de komende jaren voortzetten en versterken, zodat in heel Zuid-Holland de Europese normen voor luchtkwaliteit eindelijk worden gehaald.
Belangrijk is wel dat de provincie dit nooit alleen kan. Een goede samenwerking met gemeenten en Rijk is daarbij van belang. Daarnaast draagt de inzet op een vele malen schonere industrie sterk bij aan de verbetering van de (Zuid-Hollandse) luchtkwaliteit.

Onze voorstellen:

  • De provincie blijft streng handhaven en controleren of bij bedrijven met luchtwasinstallaties deze installaties daadwerkelijk aan staan en de regels nageleefd worden.
  • Door het instellen van een ‘schone lucht’-subsidie wordt ook het gebruik van verouderde machines in de land- en tuinbouw tegengegaan.
  • De provincie streeft naar een landelijk verbod op het (varend) ontgassen van schepen. Zo lang dit niet wettelijk is geregeld doet de provincie alles wat binnen haar mogelijkheden ligt om het (varend) ontgassen te stoppen.
  • De provincie bevordert de aanleg van betaalbare walstroompunten voor de binnenvaart om uitstoot van uitlaatgassen te verminderen.

Luchtvaart

Hoewel de luchtvaart op Zestienhoven een bijdrage levert aan de regionale economie, is het voor veel mensen vooral een bron van geluidsoverlast en een bron van uitstoot. Dit geldt ook voor het vlak over de provinciegrens gelegen Schiphol. Het is een taak van de provincie om deze overlast
terug te dringen. Helikoptervluchten geven veel overlast en zullen daarom in Zuid-Holland voor recreatief en commercieel gebruik niet toegestaan worden, ook zullen er geen commerciële of privé-helikopterhavens in de provincie toegestaan worden. Voor vluchten van hulpdiensten blijft alle
ruimte.

Onze voorstellen:

  • Uitbreiding van het aantal vluchten op Zestienhoven, op de huidige start- en landingsbaan, kan alleen als de huidige totale geluidsoverlast en uitstoot vermindert.
  • Milieuvoordelen behaald door technologische verbeteringen, zoals schonere en stillere vliegtuigen, dienen voor ten minste 50 procent te worden ingezet om de huidige milieuoverlast te verminderen.
  • Het uitplaatsen van vluchten voor hulpdiensten mag geen bijdrage leveren aan de uitbreiding van de reguliere vluchten.
  • Fysieke uitbreiding van de luchthaven Zestienhoven blijft wat de SP betreft voor de provincie onbespreekbaar.
  • Ook als het gaat om de uitbreiding van de vluchten op Schiphol blijft de provincie aandringen op het verminderen van de geluidshinder en uitstoot rond dit vliegveld.
  • Bij overschrijding van de geldende normen wordt door de provincie direct handhavend opgetreden.
  • In Zuid-Holland is geen plaats commerciële helikopterhavens. Daarnaast moet de provincie zeer kritisch zijn bij het afgeven van vergunningen voor commerciële helikoptervluchten.
  • De veiligheidsrisico’s bij het gebruik van drones worden aangescherpt en in lijn gebracht met de landelijke wetgeving. Als het gaat om het verlenen van vergunningen spelen zaken als veiligheid, overlast, dierenwelzijn en privacy een doorslaggevende rol.
  • Voor de omwonenden van Zestienhoven, die op dit moment veel overlast ervaren van het vliegverkeer, wordt gezocht naar mogelijkheden deze overlast te beperken, bijvoorbeeld door woningisolatie. De kosten hiervoor dienen gedragen te worden door de luchthaven.

3. Natuur en Landschap

De natuur heeft een positief effect op onze gezondheid. Stilte, rust en mooie landschappen geven ons, naast de broodnodige ontspanning, een goed gevoel. De Zuid-Hollandse natuurgebieden maken deel uit van een belangrijk internationaal netwerk van natuurgebieden en vormen een waardevolle aanwinst voor onze provincie. Een aanwinst die gekoesterd en beschermd dient te worden tegen de belangen van onder meer het grootkapitaal zoals Shell en Unilever. Investeren in natuur- en recreatiegebieden is investeren in de gezondheid van alle inwoners van deze provincie.

Recreatie

Ook de afgelopen vier jaar heeft de provincie geïnvesteerd in de aanleg en het onderhoud van recreatiegebieden rondom de steden. Steeds meer mensen krijgen hierdoor de mogelijkheid zich, in onze dichtbevolkte provincie, dicht bij huis te kunnen ontspannen. De SP wil dit beleid ook de komende jaren voortzetten zodat de mogelijkheid tot recreatie niet afhangt van de grootte van je portemonnee. Daarbij willen we vooral inzetten op het verder optimaliseren van de verbindingen tussen de steden en de omliggende recreatie- en natuurgebieden. Daarnaast vragen ook zaken als beheer, onderhoud en biodiversiteit onze blijvende aandacht.

Onze voorstellen:

  • De provincie versterkt de bereikbaarheid van recreatiegebieden, waarbij de nadruk voornamelijk komt te liggen op de bereikbaarheid voor voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer.
  • De biodiversiteit in recreatiegebieden wordt versterkt door bij inrichting en beheer maatregelen te nemen die biodiversiteit bevorderen. Hierbij wordt zeker ook gedacht aan maatregelen die de stand van de insectenpopulatie, zoals vlinders en bijen, verbeteren.
  • Op beheer en onderhoud wordt niet bezuinigd.
  • Bij het onderhouden van een recreatiegebied wordt altijd zoveel als mogelijk uitgegaan van de voor de aanwezige soorten meest gunstige wijze van onderhoud.

Natuur Netwerk Nederland

Na het schrappen van een groot deel van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en het door deze zware bezuiniging schrappen van veel van de tussenliggende verbindingszones, heeft de provincie Zuid-Holland er alles aan gedaan om de hierdoor ontstane schade aan de natuur te beperken. Dankzij de SP werden de geschrapte verbindingen tussen de natuurgebieden beschermd tegen ontwikkelingen die deze verbinding onmogelijk zouden maken.
Dit heeft er toe geleid dat in 2018 is besloten de meeste van deze verbindingen alsnog aan te leggen. Wat de SP betreft gaan we ook de komende periode voort op deze weg. De verbindingen tussen natuurgebieden gaat, wat de SP betreft, waar het kan voor economische ontwikkelingen.

Onze voorstellen:

  • De provincie blijft zich inzetten om zoveel mogelijk van de oorspronkelijk geplande tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN) behorende gebieden daadwerkelijk te realiseren.
  • Gebieden waar dit nu nog niet lukt blijven planologisch beschermd.
  • Er komen extra middelen om deze gebieden in te richten en te beheren.
  • De provincie geeft financiële ondersteuning aan organisaties die met vrijwilligers werken aan het beheer en onderhoud van natuurgebieden.
  • De provincie trekt middelen uit om het toezicht in de natuurgebieden uit te breiden en te verbeteren.
  • De provincie onderzoekt de noodzaak om in Zuid-Holland een fonds op te richten ter ondersteuning van grondeigenaren die te maken krijgen met kosten voor het opruimen van (chemische) vervuiling van hun grond door derden.

VEENWEIDEGEBIEDEN EN BODEMDALING

De prachtige veenweidegebieden in Zuid-Holland geven onze provincie haar karakteristieke en internationaal geroemde uitstraling. Hier moeten we koste wat het kost zuinig mee omgaan.
Het veenweidegebied wordt echter al jaren bedreigd door bodemdaling en het verstoren van de originele verkaveling door het creëren van grote percelen met de eenzijdige teelt van Engels raaigras. In al deze gevallen zijn er conflicterende belangen. Waar de natuur is gebaat bij een hoger waterpeil willen de agrariërs grote delen van het jaar een lager waterpeil. Hoewel er steeds meer innovatieve methoden beschikbaar komen om de bodemdaling te verminderen, gaat dit wat de SP betreft nog veel te langzaam. De SP wil de rol van de provincie bij deze ontwikkelingen versterken in woord en daad.

De afgelopen periode is er veel inzicht gekomen over de mogelijkheden en scenario’s voor deze gebieden met de daarbij behorende kosten en baten. De komende periode moet dit leiden tot een degelijke visie over hoe we deze gebieden kunnen beschermen. Dat de provincie hierbij samenwerkt met kennisinstellingen, waterschappen, maatschappelijke organisaties en de inwoners van het gebied is evident. Niet alleen het economische belang moet leidend zijn hierin, maar vooral ook het maatschappelijk belang.

Hoewel in het Groene Hart de ontwikkeling van het gebied niet geheel op nul kunnen worden gezet, staat voor de SP voorop dat het unieke landschap van het Groene Hart vooral groen moet blijven. Gezamenlijk beleid van de betrokken provincies is hierbij belangrijk. Het Groene Hart is een belangrijk landbouw- en recreatiegebied voor de Randstad met waardevolle natuurgebieden. De Stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart voert de regie op de ontwikkelingen in het gebied en wordt door de drie provincies gefinancierd.

Ook het gebied Midden-Delfland, inmiddels het eerste provinciale landschap, is een uniek veenweidegebied met een geheel eigen karakter, bepaald door lokale hoogteverschillen die door oude getijdenkreken zijn ontstaan. De provincie zorgt er voor dat dit gebied, als noodzakelijk rust- en recreatiegebied voor de omliggende bevolkingscentra, beschermd en behouden blijft.

Onze voorstellen:

  • Voor alle gebieden die te maken hebben met bodemdaling komt een toekomstvisie met concrete plannen om de bodemdaling een halt toe te roepen. Hierin dienen alle opties, inclusief innovatieve methoden, met een minimale reductie van de bodemdaling van tenminste 50 procent, te worden meegenomen. De provincie ondersteunt en stimuleert deze innovatieve ontwikkelingen ook financieel.
  • In gebieden waar dit niet kan of niet lukt kan dit betekenen dat het waterpeil zal moeten worden opgezet en de agrarische functie zal moeten komen te vervallen. Mocht dit voor bepaalde gebieden de meest wenselijke oplossing zijn, dan staat voor de SP de begeleiding van betrokken ondernemers centraal en dient met hen te worden gezocht naar een passende alternatieve bron van inkomsten.
  • De Stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart moet haar werk goed kunnen blijven doen. De provincie stelt hiervoor voldoende middelen beschikbaar.

PROGRAMMATISCHE AANPAK STIKSTOF

Wat de SP betreft is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) een krampachtige manier om iets te doen aan de schadelijke uitstoot van stikstof en tegelijkertijd de betrokken boeren en bedrijven nog de mogelijkheid te geven toch te kunnen groeien. Om te voorkomen dat er ongelijkheid ontstaat tussen de verschillende betrokken partijen (denk aan het Rotterdams havenbedrijf versus een gewoon boerenbedrijf) bij het verkrijgen van rechten op de uitstoot van stikstof, kijken we in Zuid-Holland daarom per deelterrein (recreatie, boeren en bedrijven) naar wat de beste en meest effectieve aanpak is voor de reductie van stikstof. De grote economische spelers krijgen hierdoor geen vrij spel meer.

Onze voorstellen:

  • De komende periode zetten we de lijn, om met betrokken boeren en bedrijven gezamenlijk te komen tot een reductie van de uitstoot van stikstof, voort.
  • Daarnaast gaan we er voor zorgen dat ook andere bijdragers aan het stikstofprobleem (zoals de luchtvaart en de industrie) hun verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren aan een verdere reductie van de uitstoot van stikstof.

DIERENWELZIJN

Ook in de komende periode blijft het welzijn van dieren in Zuid-Holland een belangrijk onderwerp dat wat de SP betreft integraal wordt betrokken bij alle relevante beleidsterreinen. De afgelopen periode is er een stap vooruit gezet in de aandacht voor dierenwelzijn met de ondertekening van het convenant ‘Dierenwelzijn intensieve veehouderij’ door verreweg het merendeel van deze ondernemers. Ook in de komende periode gaat de provincie door met het stellen van voorwaarden, als het gaat om dierenwelzijn, bij alle ontwikkelingen en projecten in de provincie Zuid-Holland.
Zowel bij nieuwbouw en onderhoud van wegen, vaarwegen en gemalen wordt rekening gehouden met het welzijn van dieren. Dieren zijn wat ons betreft niet slechts producten en daarom moet hier fatsoenlijk en humaan mee omgegaan worden.

Onze voorstellen:

  • Bij nieuwbouw en onderhoud van wegen, vaarwegen en gemalen wordt altijd eerst onderzocht wat de gevolgen zijn voor het dierenwelzijn in de omgeving. Op basis van deze gegevens worden maatregelen genomen om de nadelige effecten op het dierenwelzijn te voorkomen of ten minste
  • in hoge mate te verminderen.
  • De provincie zorgt er voor dat bij onderhoud of herinrichting van watergangen zo veel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke oevers met de mogelijkheid voor dieren om uit het water te kunnen komen.
  • Ook het inzetten van preventieve voorzieningen tegen muskus- en beverratten wordt door de provincie bevordert.
  • De provincie streeft naar een diervriendelijke bestrijding van overlastgevende dieren.
  • Vismigratie wordt meegewogen bij het waterbeheer. Bij belemmeringen van deze migratie worden waar mogelijk voorzieningen getroffen, zodat migratie toch kan plaatsvinden.
  • De financiering van organisaties rond de dierenbescherming, zoals bijvoorbeeld de dierenambulance, wordt zodanig herzien dat het voortbestaan van deze organisaties wordt gewaarborgd.
  • Het doden van dieren ter voorkoming van landbouwschade wordt pas in het uiterste geval, als aangetoond is dat alle alternatieve methoden uitgeput zijn, toegestaan bij een significante schade.

VEEHOUDERIJ, VAN INTENSIEF NAAR EXTENSIEF

Zuid-Holland is een provincie die trots kan zijn op haar agrarische sector. De Zuid-Hollandse boer levert, naast een bijdrage aan de voedselvoorziening, ook een grote bijdrage aan het open landschap en het onderhoud hiervan. Om dit ook in de toekomst te waarborgen en omwille van het behoud van het traditionele boerenbedrijf, dat niet puur gedreven wordt door rendement, zet de SP in op het duurzaam extensiveren van de veeteelt. Daarnaast streven wij naar een gesloten keten van grondstoffen en producten. Binnen dit beleid is geen ruimte voor nieuwe vestiging van intensieve veehouderijen. Aan nieuwe megastallen puur gericht op consumentisme zal de provincie geen steun verlenen. De SP wil daarentegen agrariërs ondersteunen bij het omvormen van hun bedrijf naar een meer duurzame en diervriendelijke productie. Daarnaast willen we deze bedrijven stimuleren en steunen bij ontwikkeling van nevenactiviteiten, die bijdragen aan de verduurzaming van de sector.

Onze voorstellen:

  • De provincie zet zich actief in om veehouderijen duurzamer en  diervriendelijker, waar mogelijk biologisch, te laten werken.
  • Waar dit mogelijk is stelt de provincie eisen aan vergunningen en/of subsidies.
  • De provincie blijft ruimte en ondersteuning geven voor het ontwikkelen van nevenactiviteiten die het dierenwelzijn, het sluiten van de voedselketen en het verduurzamen van de sector betekenen.

SCHADEBESTRIJDING EN POPULATIEBEHEER

Nog meer dan in de afgelopen periode wordt bij het beheren van populaties dieren vooral ingezet worden op preventieve en diervriendelijke maatregelen. Alleen wanneer alle andere mogelijkheden, na herhaaldelijke pogingen, zijn uitgeput, zal het verjagen van dieren worden toegestaan. De
verplichting om in alle gevallen ook gebruik te maken van de mogelijkheid tot afschot vervalt. Ook boeren die dieren uitsluitend op een diervriendelijke manier verjagen krijgen recht op schadevergoeding. De gevolgen van de schadebestrijding op de populatie worden jaarlijks in kaart gebracht. In alle door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplannen moet ruimte zijn voor het aanpassen van het beheerplan als blijkt dat de uitwerking een negatief effect heeft op de betreffende populatie.

Onze voorstellen:

  • Bij populatiebeheer is het doden van dieren niet langer een verplichting om in aanmerking te komen voor schadevergoeding. Wel dient te worden aangetoond dat men gebruik heeft gemaakt van serieuze verjagingsmogelijkheden.
  • Dat boeren moeten betalen om een melding te doen van schade, ook als dit een legitieme melding was, is niet rechtvaardig. Wanneer de melding gerechtvaardigd was, hoeven zij niet voor de melding te betalen.
  • Het beheer met behulp van afschot blijft een laatste redmiddel; andere, diervriendelijker opties worden eerst uitgeput.
  • In faunabeheerplannen moet ruimte worden geboden aan vernieuwende diervriendelijkere verjaagmethoden, die worden ontwikkeld in de loop van de zes jaar waarbinnen een plan in werking is.
  • Wanneer het doden van dieren onvermijdelijk is, mag dit uitsluitend gebeuren door gecertificeerde jagers en worden de gedode dieren zoveel mogelijk ingezet voor consumptieve doeleinden.
  • De provincie zet zich er voor in dat muskusrattenbestrijding en agrarische activiteiten de doorstroom van watergangen en vismigratie niet belemmeren.
  • De provincie staat alleen jacht toe op schadelijke dieren en exoten als deze aantoonbaar onaanvaardbare schade veroorzaken en andere methoden aantoonbaar geen resultaat opleveren.
  • Als er in Zuid-Holland sprake is van een nieuwe en ernstige dreiging van exoten treedt de provincie voortvarend en direct handelend op.
  • Er worden zo snel mogelijk foerageergebieden ingericht voor ganzen en eenden met een vergoeding voor de grondeigenaar/gebruiker.
  • Plezierjacht blijft in Zuid-Holland verboden.

4. RUIMTE GOED GEBRUIKT

In onze prachtige provincie wonen inmiddels zo’n 3,5 miljoen mensen. Zuid-Hollanders die allemaal op meerdere manieren gebruik maken van de ruimte. Het is daarom logisch dat beschikbare ruimte in Zuid-Holland schaars is. Zeker nu een deel van Zuid-Holland, door een herindeling, wordt overgedragen aan de provincie Utrecht. Op de overgebleven 3.000 vierkante kilometer moeten we met z’n allen wonen, werken en ontspannen. Het is daarom ook niet vreemd dat er in onze provincie vaak strijd wordt gevoerd over welke invulling we aan een bepaald gebied geven. Dit ordenen van de ruimte is bij uitstek een taak van onze gemeenten, en het is de taak van de provincie om hierbij als daadkrachtige regisseur op te treden en er voor te zorgen dat de ordening van de ruimte op een rechtvaardige manier verloopt, waarbij het belang van het individu even zwaar weegt als dat van het grootkapitaal, en waar nodig in te grijpen. Een betaalbare en bewoonbare provincie is hierbij leidend.

Omgevingswet

Voorlopig, tot 2021, doet de provincie dit aan de hand van provinciale regels waarin de belangen van inwoners, natuur, landschap en economie worden gewaarborgd. Ook na 2021, als de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, moet de provincie er voor zorgen dat de kwaliteit van de ruimte en leefomgeving in Zuid-Holland niet alleen in stand blijft maar waar mogelijk zelfs toeneemt. Wat de SP betreft zal er in de visie van de provincie ook na de invoering van de Omgevingswet weinig veranderen. Ook na 2021 zal een goede kwaliteit van onze natuur en ons landschap van groot belang zijn voor gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Dat de provincie hierdoor ook zorgt voor een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven is mooi meegenomen.

Kleine kernen

Hoewel er op sommige plaatsen in onze provincie sprake is van krimp en een toenemende trek naar de grote steden willen we kleine kernen toch leefbaar houden voor jong en oud. Waar dit mogelijk is zal de provincie, wat de SP betreft, gebruik maken van de middelen en bevoegdheden die ze heeft om aan deze leefbaarheid bij te dragen.

Nieuwe ontwikkelingen

Op alle nieuwe ontwikkelingen buiten het bestaande bebouwde gebied, zoals wonen, kantoren, bedrijventerreinen en kassen, blijft de provincie de ladder van duurzame verstedelijking toepassen.
Waarbij het uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe woon- en werklocaties, zoveel mogelijk binnen de bestaande stads- en dorpsranden plaatsvinden. Hiermee blijven we zuinig op ons schaarse buitengebied. Uiteraard mag deze verdichting van het stedelijk gebied niet betekenen dat hierdoor de leefbaarheid in steden en dorpen achteruitgaat. Lokaal maatwerk, met oog voor speelruimte en binnenstedelijk groen, staat daarbij voorop. Inwoners worden meegenomen in het leveren van dit maatwerk waar mogelijk.

Natuur en Landschap

In en rond onze kwetsbare gebieden, zoals Natura 2000, het Natuur Netwerk Nederland (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur), bijzondere landschappen en het Groene Hart, laten we geen ontwikkelingen toe die de natuur- en recreatiewaarden in die gebieden schade toebrengen.

Voor intensieve landbouw is rond deze gebieden geen plaats; zij dient op termijn uit deze kwetsbare gebieden te verdwijnen. Ook een betere aansluiting van de natuur en het landschap met de steden in Zuid-Holland is belangrijk voor een gezonde en beleefbare provincie. De versterking van de positie van groen en water in het landschap zorgt niet alleen voor een verbetering van de leefbaarheid, maar komt ook de biodiversiteit ten goede. Nieuwe ontwikkelingen in het landschap kunnen alleen dan worden gerealiseerd als uit een onafhankelijk onderzoek blijkt dat de gevolgen op het landschap en de belevingswaarde van het landschap zeer gering zullen zijn. De randen van steden en dorpen verdienen wat de SP betreft meer aandacht en dienen een geleidelijke en fraaie overgang te vormen tussen bebouwd gebied en het omliggende landschap. Bebouwing, bijvoorbeeld in de vorm van hoogbouw, is hier niet gewenst. Daarom zal hier gestuurd worden op andere bouwvormen. Noodzakelijke ontwikkelingen die de landschappelijke of ruimtelijke kwaliteit aantasten, kunnen alleen dan plaatsvinden als in hetzelfde plangebied een tegenprestatie wordt geleverd, die de kwaliteit van het landschap verhoogt. Hierbij kan gedacht worden aan het opruimen van verrommeling in het landschap.

Onze voorstellen:

  • We houden vast aan het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking bij alle nieuwe ontwikkelingen, waaronder wonen, kantoren, bedrijventerreinen en kassen.
  • Bijzondere landschappen, landschapselementen en natuurgebieden worden beschermd tegen ontwikkelingen die een schadelijk effect hebben op deze gebieden.
  • Door lichtvervuiling van kassen, industrie en (groot) stedelijk gebied is het niet echt donker meer in onze provincie. Nieuwe ontwikkelingen dragen hier niet verder aan bij en bestaande lichtvervuiling brengen we terug.
  • We beschermen het Groene Hart.
  • De provincie zorgt er voor dat waardevolle gebieden in Zuid-Holland, zoals de Gnephoek en het Zaans Rietveld, groen blijven en vrij van wegen en andere bebouwing.
  • Ontwikkelingen vinden zoveel mogelijk plaats binnen de bestaande bebouwing. Voor kernen en dorpen blijft ruimte voor lokaal maatwerk.
  • De provincie stuurt zoveel mogelijk op verbetering of instandhouding van ons Zuid-Hollandse landschap, houdt toezicht op de naleving van de door de provincie vastgestelde voorwaarden en regels met betrekking tot de ruimtelijke ordening, ook na de invoering van de nieuwe Omgevingswet, en zet waar nodig de haar beschikbare instrumenten in.
  • Noodzakelijke en onvermijdelijke negatieve gevolgen voor het landschap moeten gecompenseerd worden door verbeteringen in het landschap elders in hetzelfde plangebied.
  • De provincie draagt naar vermogen bij aan het leefbaar houden van kleine kernen. Hierbij gaat het om het in stand houden van voorzieningen (school, bibliotheek, dorpshuis, supermarkt, pinautomaat, brievenbus) en bereikbaarheid met OV. Ook aan de leefbaarheid in (grote) steden kan de provincie bijdragen door middel van investeringen in duurzaamheid, klimaat en milieu.

Gesloten kernen

We houden vast aan het verduurzamen van onze landbouw en veeteelt. Voor nieuwe intensieve veehouderijen of megastallen is in Zuid-Holland geen plaats. De voortdurende opschaling van onder andere vlees- en melkproductie ten behoeve van het consumentisme achten wij schadelijk voor mens, dier en milieu. De omvang van agrarische bebouwing wordt daarom niet verder vergroot en blijft bij een omvang die past in de aard van het Zuid-Hollands landschap. Bestaande bedrijven met intensieve veehouderij mogen slechts beperkt uitbreiden als dit op grond van de volksgezondheid geen gevaar oplevert en men op structurele wijze het dierenwelzijn verbeterd; anders zal de provincie dit actief tegenhouden. Daarnaast zet de provincie in op het bevorderen van het sluiten van de keten rond de veehouderijen in Zuid-Holland. Dit doet de provincie door het gebruik van lokaal geproduceerde voedingsstoffen en het lokaal verwerken van meststoffen te stimuleren.
Lokale productie zorgt immers ook voor lokale werkgelegenheid, wat de uitstoot van onder andere CO 2 nog verder terugdringt door de kortere reistijden van producten en werknemers. Daarnaast stimuleren we bedrijven om hun productiemethoden te verbeteren op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn. Ook het agrarisch natuurbeheer door de collectieven blijft, onder strikte regie van de provincie, plaatsvinden.

Onze voorstellen:

  • Er is geen ruimte voor nieuwe intensieve veehouderij in Zuid-Holland. Geen megastallen in ons landschap.
  • De provincie houdt de regie bij het agrarisch natuurbeheer, uitgevoerd door de collectieven en blijft deze kritisch volgen.
  • Er komt een fonds om agrarische ontwikkelingen die bijdragen aan het sluiten van de keten te ondersteunen.
  • De provincie bevordert de biologische landbouw en veeteelt, waar mogelijk met middelen. Daarnaast dringt zij er bij het Rijk op aan deze sector te ontzien als het gaat om regels die deze sector onevenredig benadelen ten opzichte van de reguliere sector.
  • De provincie werkt toe naar een jaarlijkse markt, liefst op het malieveld, waarop niet alleen veel streekproducten te zien en te koop zullen zijn, maar ook alle innovaties op het gebied van de verduurzaming van de agrarische sector.

Maatschappelijk Verantwoord Grondgebruik

Grondspeculatie door bijvoorbeeld vastgoed-cowboys maar ook andere vormen van roofkapitalisme in Zuid-Holland moet door de provincie op alle mogelijke fronten worden tegengegaan. Bij provinciale projecten neemt de provincie maatregelen om grondspeculatie te voorkomen. De provincie komt op voor het belang van Zuid-Holland en beschermt haar cultureel erfgoed en de aardkundige waarden die aanwezig zijn in het landschap, zoals molenbiotopen en andere landschappelijke kwaliteiten. Het is daarom belangrijk dat agrariërs, natuur- en erfgoedorganisaties en andere beheerders samenwerken bij het beheer van ons kostbare landschap.

Onze voorstellen:

  • Natuur- en andere kwetsbare landschappen worden niet verstoord door andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals hoogbouw, wegen of bijvoorbeeld windturbines.
  • Er komt een mogelijkheid om zonne-energieprojecten te ontwikkelen in de diepere veenweidegebieden die op termijn niet langer geschikt zullen zijn voor hun huidige agrarische functie.
  • Aan het einde van de levensduur van windturbines op ongewenste locaties wordt altijd onderzocht of de locatie kan vervallen en elders nieuwe, mogelijk grotere windturbines geplaatst kunnen worden.
  • De provincie blijft zich actief inzetten tegen speculatie met grond bij provinciale projecten.
  • De samenwerking tussen erfgoed- en landschap-beherende organisaties moet verder worden verbeterd.
  • De in en onder het landschap aanwezige aardkundige waarden zoals rivierduinen, kreekruggen en oeverwallen blijven we beschermen. We gaan door met het beleid om deze weer meer in het landschap zichtbaar te maken.

Leegstand

De leegstand van kantoren en bedrijventerreinen in Zuid-Holland is nog steeds veel te groot. Hoewel er sprake is van veelbelovende initiatieven, en er de afgelopen jaren meer leegstaande kantoren een andere functie hebben gekregen, is er nog steeds sprake van een falende markt. Nog steeds worden kantoren en bedrijventerreinen gebouwd met een open einde, waarbij het enige doel is dat de waarde van de grond wordt opgestuwd; een verborgen vastgoedbubbel dus. Er zijn ook nog steeds geen spelregels voor eigenaren van deze panden over wat te doen na het beëindigen van de activiteiten in deze panden. De enige regel die er nu is, betekent wachten op een nieuwe ondernemer met nieuwe plannen. In de meeste gevallen gebeurt dit niet en de vastgoedeigenaren stimuleren dit ook niet. Hierdoor komen gemeenten en provincie te staan voor een aanhoudende leegstand van deze gebouwen. De provincie zal zich daarom inzetten om de bestaande leegstand te verminderen, onder andere door de leegstaande gebouwen te transformeren naar andere functies.
Bij kantoren kan bijvoorbeeld gedacht worden aan woningen. Nieuwe leegstand voorkomen we door nieuwbouw van bijvoorbeeld kantoren en winkels zoveel mogelijk te beperken en vast te houden aan het huidige strikte kantorenbeleid. Nieuwe kantoren kunnen alleen als sprake is van een aangetoonde behoefte en uitsluitend op een beperkt aantal plekken in de buurt van OV-knooppunten. Op andere plekken zal, voordat nieuwbouw mogelijk is, eerst bestaande bouw moeten worden gesaneerd. Nog steeds worden de kosten van de leegstand op de samenleving afgewenteld. De SP wil dat dit stopt en dat eigenaren van deze panden bij gaan dragen in deze kosten.

Onze voorstellen:

  • Nieuwe kantoren mogen alleen worden gebouwd als sprake is van een aantoonbare behoefte en dan uitsluitend op locaties in de buurt van OV-knooppunten.
  • Nieuwe kantoren worden toekomstbestendig gebouwd.
  • Op andere plaatsen is nieuwbouw alleen mogelijk als er een vergelijkbaar oppervlak wordt gesaneerd.
  • De provincie blijft gemeenten die leegstand willen aanpakken ondersteunen.

Glastuinbouw

De glastuinbouwsector is een belangrijke economische sector voor onze provincie. Het is ook een zeer innovatieve sector waar werk wordt gemaakt van verduurzaming en energiebesparing. Om dit zo te houden en te stimuleren gaan we de komende jaren aan de slag met het verder verduurzamen van de sector door het aansluiten van kassen op de warmterotonde en natuurlijke bronnen als aardwarmte. Daarnaast bevorderen we het onderzoek naar de mogelijkheid van het plaatsen van zonnepanelen op kassen. Ook hier is het concept klimaatrechtvaardigheid leidend. Projecten die dit in de praktijk brengen worden door de provincie ondersteund. Nieuwe glastuinbouwlocatie zijn wat de SP betreft niet nodig; de huidige aanwezigen locaties en planlocaties bieden voldoende ruimte.
We blijven streven naar het opruimen van verouderde kassen en het tegengaan en saneren van oneigenlijk gebruikte kassen; denk hierbij aan het gebruik van een kas als caravanstalling en andere illegale bedrijvigheid. De provincie spreekt gemeenten aan op hun handhavingsplicht.

Onze voorstellen:

  • De provincie streeft naar verduurzaming van de glastuinbouwsector. Dit doen we door aansluiting op de warmterotonde en het gebruik van duurzame natuurlijke energiebronnen als aardwarmte of zonne-energie.
  • De provincie steunt het onderzoek naar zonnepanelen op kassen en subsidieert ondernemers die hiermee in de praktijk aan de slag gaan.
  • Glastuinbouwbestemmingen in glastuingebieden worden strikt gehandhaafd; dus geen nieuwe bedrijvigheid, tenzij deze aan de sector gerelateerd is.
  • Het oneigenlijk gebruik van kassen, zoals bijvoorbeeld caravanstalling, blijft in strijd met de bestemming en dient door de gemeente te worden gehandhaafd.
  • Kassen gebouwd in gebieden buiten de daarvoor gewenste gebieden worden waar mogelijk gesaneerd, waarna het gebied een andere bestemming dient te krijgen.

Betaalbare woningen

De door het Rijk georganiseerde druk op de woningmarkt – de verhuurderheffing, ATAD (een belasting die eigenlijk bedoeld is voor multinationals) en de gedwongen verkoop van sociale woningen – heeft er, zoals voorspeld, voor gezorgd dat er nu een enorme vraag is naar nieuwe,
betaalbare woningen. Inmiddels lopen overal de wachttijden voor een betaalbare woning op, waarbij een wachttijd van meer dan acht jaar al geen uitzondering meer is, ook buiten de grote steden.
Deze grootschalige woningnood, veroorzaakt door het zien van wonen als een markt en niet een recht, verdient onze aandacht. De komende jaren zal de provincie daarom zwaar inzetten op het met gemeenten maken van afspraken over het aandeel betaalbare huur- en koopwoningen voor elke portemonnee. Wat de SP betreft worden de afspraken in de regionale woonvisies vooral gebaseerd op de behoefte aan betaalbare woningen en niet op de winst-belangen van de projectontwikkelaar of gemeente. Bij regionale afspraken die gaan over welke gemeente welk type woning zal gaan bouwen, dient bij de realisatie van deze afspraken de bouw van betaalbare woningen als eerste te worden gerealiseerd. De provincie gaat daarom de komende jaren streng controleren of de afspraken nagekomen worden bij de opstelling van bestemmingsplannen door de gemeenten.
Indien gemeenten deze afspraken niet nakomen, spreekt de provincie deze gemeenten daar op aan en, als er geen verbetering optreedt, grijpt zij in met al haar daartoe beschikbare instrumenten.
Hierbij kan zelfs gedacht worden aan een bouwstop die pas opgeheven wordt als de gemeente in kwestie overgaat op het bouwen van genoeg betaalbare woningen.

Waar grote gemeenten steeds vaker redeneren dat zij te veel sociale woningen hebben en de regio te weinig, zou juist de vraag centraal moeten staan waar huurders behoefte aan hebben. Leidend moet zijn waar de huurder wil wonen en niet welke stad of gemeente hen op wil nemen. Inwoners met een kleinere beurs horen niet de stad of gemeente uitgejaagd te worden ten behoeve van de elite en expats.

Onze voorstellen:

  • De provincie doet in samenwerking met de Woonbond jaarlijks onderzoek naar de woningbehoefte in Zuid-Holland.
  • De provincie maakt via de regionale woonvisies strenge afspraken met de gemeenten om de woningnood aan te pakken.
  • Bij de realisatie van regionale woningbouw afspraken worden betaalbare woningen als eerst gerealiseerd.
  • De provincie streeft er naar de voorraad sociale woningen in Zuid-Holland te laten toenemen met tenminste 5 procent.
  • Er komt een provinciaal fonds dat het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen gaat stimuleren.
  • De provincie gaat gemeenten die een eigen woningbouwcorporatie (met als doel het bouwen van sociale woningen) willen oprichten, actief en financieel steunen.
  • Betaalbare huur- en koopwoningen gaan voor belangen van projectontwikkelaars en gemeenten.
  • De provincie heeft de verantwoordelijkheid voor voldoende locaties voor woonwagenbewoners. Van een uitsterfbeleid kan geen sprake zijn in Zuid-Holland.
  • De provincie controleert streng of afspraken met gemeenten nagekomen worden. Bij het niet nakomen van de afspraken zet de provincie al haar beschikbare instrumenten in om er voor te zorgen dat de afspraken alsnog worden nagekomen.
  • In haar overleggen met gemeenten en corporaties over woningbouw moet
  • klimaatrechtvaardigheid een belangrijk onderdeel zijn. Alle huizen zouden duurzaam gebouwd moeten worden. Dit mag niet ten koste van de betaalbaarheid gaan.

Water

Door de verandering van het klimaat zal Nederland in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met langdurige droogte afgewisseld met periode van heftige regenval. Hierdoor ontstaat een lastig waterprobleem dat een klimaatrechtvaardige oplossing verdient. In perioden van droogte is er water te kort en bij heftige regenval zorgt de wateroverlast dat de riolering en afwatering dergelijke hoeveelheden water niet aan kunnen. Dit vraagt om een daadkrachtige overheid, die er voor zorgt dat Zuid-Holland ook in de toekomst een waterbestendige provincie blijft. Dit vraagt niet alleen om een robuust rioleringssysteem dat opgewassen is tegen grote hoeveelheden water, maar ook om een robuuste zoetwater-opvang en -opslag die in tijden van droogte kan worden aangewend. Bij de vervanging van of onderhoud aan afwateringssystemen zorgt de provincie er voor dat deze worden aangepast op het verwerken van extreme hoeveelheden water. Hierbij is het leefbaar houden van de directe leefomgeving van mens en dier leidend. Daarnaast start de provincie een onderzoek naar de wijze waarop grote hoeveelheden water, meer dan nu, kunnen worden opgeslagen voor gebruik in droge perioden. Daarnaast blijft de provincie zich optimaal inzetten om de doelen gesteld in de Kaderrichtlijn Water, die veel kansen geeft om waterkwaliteit, ecologie en natuur- en recreatiewaarde te verbeteren, tijdig te halen. We beschermen het kwetsbare binnenwater in Zuid-Holland door de motorvaart in deze gebieden te beperken en hierop streng te handhaven. Nu het in werking treden van het Kierbesluit een feit is, houden we de zoetwatervoorziening van Goeree, Voorne-Putten en Westland goed in de gaten en nemen we maatregelen indien deze in gevaar komt.

Onze voorstellen:

  • Bij onderhoud of verbetering van de veiligheid van dijken wordt altijd rekening gehouden met de aanwezige ecologie.
  • Het recreatief medegebruik van dijklichamen wordt bevorderd.
  • De provincie werkt mee aan een robuuste waterafvoer bij hevige regenval en stimuleert het verlagen van de verhardingsgraad of bebouwingsdichtheid.
  • Er komt een zonering voor motorvaart om de waterkwaliteit te verbeteren.
  • Bij verziltingsprojecten in de Deltagebieden bewaken we de zoetwatervoorziening voor de omliggende gemeenten.
  • De provincie onderzoekt de mogelijkheden in Zuid-Holland voor een vergroting van de capaciteit van de wateropvang ten behoeve van gebruik bij periode van droogte.
  • Bescherming van de natuurwaarde gaat boven recreatie.
  • De provincie zet zich in om, in samenwerking met gemeenten, de waterkwaliteit te verbeteren.

5. VERKEER EN OPENBAAR VERVOER

De SP is onderweg naar een beter Nederland en om daar te komen hebben we stromend verkeer en echt openbaar vervoer nodig; betaalbaar, bereikbaar en voor iedereen die wil. De provincie Zuid-Holland heeft, met een lengte van ongeveer 1.000 km aan Rijks- en provinciale wegen, de grootste wegendichtheid van ons land. De Rijkswegen hebben een lengte van om en nabij de 300 km, de provinciale wegen bij elkaar zo’n 675 km. We kijken ook breder dan dat, want waar een wil is hoeft niet altijd een weg. Er ligt in deze provincie namelijk ook ongeveer 450 km aan spoorrails en een kleine 1000 km aan vaarwegen die nog veel druk van het wegennet af
kunnen halen. Al deze (vaar)wegen, regionale tramlijnen en spoorverbindingen hebben als doel niet alleen de inwoners van Zuid-Holland iedere dag zo efficiënt en snel als mogelijk op hun gewenste bestemming te krijgen, maar ook de in deze provincie geproduceerde goederen.

Om dit alles in goede banen te leiden is belangrijk dat de provincie zorgt voor het goed onderhouden van al haar (vaar)wegen. Hierbij staat, naast de veiligheid van de gebruiker, ook de inpassing in het landschap voorop. Daarom gaat het verbreden van (vaar)wegen, wat de SP betreft, boven het aanleggen van nieuwe infrastructuur. Voor het aanleggen van nieuwe wegen dient nut en noodzaak, voldoende draagvlak en een goede landschappelijke inpassing altijd overtuigend te worden aangetoond. Daarnaast dienen ook de kosten van het onderhoud bij de besluitvorming over de aanleg van nieuwe wegen te worden meegenomen. Rijksbezuinigingen op het openbaar vervoer mogen niet leiden tot kostenverhogingen voor de provincie.

Ondanks al deze wegen lopen de wegen in Zuid-Holland vol en staan veel mensen dagelijks twee keer vast in het verkeer. Woon-werkverkeer met de eigen auto is daardoor voor veel mensen vrijwel niet meer op een normale manier mogelijk. Om deze bereikbaarheid op te lossen wil de SP niet inzetten op meer en meer wegen, maar vooral op een verbetering van het openbaar vervoer. Wat de SP betreft is mobiliteit een recht dat geldt voor alle inwoners van Zuid-Holland. Wij zetten daarom in op een betere bereikbaarheid van de stations, meer busbanen en een milieuvriendelijk en slim openbaar vervoer met bussen, trams, light railway en treinen. Het verbeteren van de openbaar-vervoer-keten is cruciaal om er voor te zorgen dat iedereen, ongeacht waar je precies woont of hoeveel geld je hebt, kan komen waar men wil zijn.

Onze voorstellen:

  • Er komt een ladder voor de duurzame aanleg van wegen. Hierbij dient eerst nut en noodzaak en draagvlak in voldoende mate te worden aangetoond. Daarna dient onderzocht te worden of, en zo ja welke alternatieven er zijn en welke gevolgen deze hebben op de directe omgeving.
  • De aanleg van een nieuwe weg, of het verbreden van een bestaande weg, mag nooit leiden tot ernstige verkeersproblemen elders op het traject. Daarom dient tevens te worden onderzocht welke gevolgen de aanleg van een nieuwe weg heeft op knooppunten elders op het traject.
  • Voor alle provinciale wegen dient een onderhoudsplan, inclusief de daarvoor benodigde middelen, te worden opgesteld.
  • Bij onderhoud en aanleg van provinciale wegen staat altijd de verkeersveiligheid voorop, zodat het aantal verkeersslachtoffers omlaag gaat.
  • Om de verkeersveiligheid verder te bevorderen start de provincie, in samenwerking met gemeenten, educatieve projecten op scholen gecombineerd met een publiciteitscampagne in heel de provincie.

Openbaar Vervoor

Voor de SP blijft mobiliteit een grondrecht voor al haar inwoners. Uiteindelijk moet dat volgens ons gratis, maar zolang dit nog niet mogelijk is zetten we ons in voor betaalbaar, toegankelijk, bereikbaar en fijnmazig openbaar vervoer in heel onze provincie. Hierbij gaat het om toegankelijkheid in de breedste zin, namelijk voor mindervaliden, voor mensen die slechtziend of slechthorend zijn, ouderen en jongeren, maar natuurlijk ook voor mensen met een smalle beurs. Hoeveel geld je hebt moet namelijk niet in de weg staan van waar je kunt komen. Voorzieningen als toiletten in treinen en op stations zijn een onderdeel van deze toegankelijkheid. De SP zal zich blijven inzetten voor een verbetering van het openbaar vervoer in Zuid-Holland voor iedereen. De spoorlijnen die de provincie in eigen beheer heeft, namelijk de lijn tussen Alphen aan den Rijn en Gouda en de Merwedelingelijn, verdienen wat dit betreft extra aandacht. Aanbestedingen in een gebied moeten zo veel mogelijk gaan over alle vormen van vervoer in één concessie. Zo kunnen we de aansluiting tussen bus en trein centraal regelen en ook de tarieven (inclusief abonnementen) gelijktrekken.

Een andere taak voor de provincie is het bevorderen dat er goede verbindingen zijn tussen de verschillende regio’s in en om Zuid-Holland. Er moet een einde komen aan de wirwar van verschillende kaartsoorten in de provincie. Wat de SP betreft komen er eenduidige OV-kaartsoorten in de hele provincie. Daarnaast bevorderen we dat reizigers in de hele provincie dezelfde prijs betalen voor hun kaartjes. Wat de SP betreft zou er uiteindelijk in de provincie nog maar één OV-concessie moeten zijn, om zo de onrust voor reizigers en medewerker die veroorzaakt wordt bij aanbestedingen te minimaliseren. Het uiteindelijke doel is voor de SP natuurlijk dat we het OV helemaal niet meer aanbesteden, maar dat het OV weer in overheidshanden komt. Dit is goedkoper, efficiënter en geeft de mensen weer democratische zeggenschap over hun vervoer.

Een rechtvaardige mobiliteit

Mobiliteit is van groot belang voor het welzijn en de welvaart van mensen. Mobiliteit zorgt ervoor dat mensen sociale contacten kunnen onderhouden, naar hun werk kunnen, vrijwilligerswerk of mantelzorg kunnen doen en voorzieningen kunnen bereiken. Onderzoek laat zien dat inwoners van kleine kernen en vooral in de randen van de stad en suburbane woonplaatsen weinig mogelijkheden tot mobiliteit hebben. Vooral mensen die geen auto kunnen gebruiken hebben hier last van, omdat werklocaties vaak slecht met het OV bereikt kunnen worden of omdat het OV in het weekeinde en ‘s avonds veel minder rijdt. Dit verkleint hun kansen op een baan en deelname aan de samenleving.
Daarnaast zorgt een beter OV voor het terugdringen van het autoverkeer en daarmee voor een beter milieu en een leefbare omgeving. De SP wil daarom dat het provinciaal beleid zorgt voor een, door Karel Martens bepleitte, Mobiliteitsrechtvaardigheid.

Onze voorstellen:

  • De provincie neemt het initiatief tot een groot onderzoek naar hoeveel banen en voorzieningen er vanuit woonplekken binnen welke tijd kunnen worden bereikt en tegen welke kosten. De Metropoolregio wordt bij dit onderzoek betrokken.
  • De provincie gaat, naar aanleiding van dit onderzoek, woongebieden met de laagste mobiliteit versneld aansluiten op beter OV en past haar OV-beleid voor de jaren erna aan op de uitkomsten van dit onderzoek.
  • De provincie bevordert de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en verbetert de opstapplaatsen en voertuigen voor mindervaliden, slechtzienden en slechthorenden.
  • De SP blijft zich inzetten voor het terugdraaien van de privatisering in het openbaar vervoer.
  • De provincie neemt bij de aanbesteding van openbaar vervoer dat onder de verantwoordelijkheid van de provincie valt, de eis op dat de vervoerder werkt met werknemers die in loondienst zijn bij deze vervoerder. Hierbij merken we wel op dat de provincie niet over de RET of HTM gaat.
  • Dorpen en kleine kernen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen en bedrijventerreinen en recreatiegebieden moeten bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.
  • Onrendabele buslijnen blijven bestaan als ze een nuttige maatschappelijke functie hebben.
  • Op lijnen met minder reizigers kunnen kleinere bussen ingezet worden, met reguliere chauffeurs.
  • Kleinere bussen zijn tevens een optie op lijnen waar grote bussen onwenselijk zijn vanwege beperkte manoeuvreerruimte of overlast.
  • De SP wil niet dat doelgroepenvervoer en personenvervoer samengevoegd worden omdat dit voor beide vervoersvormen een verslechtering en bezuiniging zou betekenen.
  • Hoewel de prijzen voor het OV dankzij de SP de laatste jaren niet verder gestegen zijn, is dit voor de SP nog niet genoeg. Om het OV betaalbaar te houden, moeten de tarieven de komende jaren dalen.
  • Kaartjes in de bus mogen niet duurder zijn dan een chipkaartje. Ook mag hoogwaardig openbaar vervoer slechts zeer beperkt duurder zijn dan reguliere buslijnen.
  • De provincie maakt beleid waardoor ze actiever betrokken is bij de uitvoering van het openbaar vervoer.
  • Bij aanbesteding wordt maatschappelijk verantwoord ondernemen door de vervoerder een criterium.
  • De provincie zet zich in voor het versneld aanleggen van de spoorverdubbeling tussen Rotterdam en Leiden, Leiden en Utrecht, en een spoorverbinding tussen Utrecht en Breda.
  • De provincie blijft zich inzetten voor een goede intercity-bereikbaarheid van Dordrecht en daardoor ook voor meer reizigers op de MerwedeLingelijn. Ook zet de provincie zich in om Zoetermeer de intercity-status te geven.
  • Er moet een betere openbaar-vervoerverbinding met Goeree-Overflakkee, de Hoeksche Waard en Voorne-Putten komen om de forensenstroom naar Rotterdam en de Rotterdamse haven te faciliteren.
  • De MerwedeLingelijn wordt op termijn volledig dubbelspoor en er wordt onderzocht of de lijn kan worden doorgetrokken naar Rotterdam.
  • De provincie onderneemt stappen om er voor te zorgen dat de directe treinverbinding tussen Gouda en Leiden terugkeert en dat in Alphen aan de Rijn niet hoeft te worden overgestapt.
  • De provincie zal zich inzetten om het dubbele opstaptarief na een overstap van bus naar trein (of andersom) te stoppen.
  • Er komen eenduidige OV-kaartsoorten in de hele provincie.
  • In het kader van ketenmobilliteit moeten alle openbaar-vervoersvormen zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.
  • De provincie onderzoekt de mogelijkheid om vrij of met korting reizen buiten de spits mogelijk te maken.
  • De provincie onderzoekt waar er behoefte is aan nachtbussen, zoals in het Westland, en realiseert deze lijnen.

Aanbestedingen

Het aanbesteden van het openbaar vervoer is nodeloos moeilijk en zeer kostbaar. Zeker omdat dit in Zuid-Holland voor drie gebieden afzonderlijk gebeurt. Zolang de verplichte aanbesteding in Zuid-Holland nog niet teruggedraaid is, zal het aantal concessiegebieden in elk geval teruggebracht worden naar één, om kosten te besparen en het openbaar vervoer overzichtelijker te maken. De provincie heeft helaas geen zeggenschap over het wel of niet aanbesteden van het regionale
openbaar vervoer. Desondanks moet de provincie aandringen op het terugdraaien van deze verplichte aanbesteding. Op termijn zal het openbaar vervoer steeds meer op Randstadniveau georganiseerd moeten worden. In de aanbestedingen zullen fijnmazigheid, toegankelijkheid, comfort voor de reizigers, milieuvriendelijkheid, banenbehoud en arbeidsvoorwaarden voor chauffeurscentraal staan. Tevens zal de provincie meer betrokkenheid tonen tijdens de concessie en het belang van de reizigers en personeel hierbij vooropstellen. In 2018 moet de MerwedeLingelijn aanbesteed worden; de huidige succesformule van de MerwedeLingelijn blijft behouden, mede in het belang van de regionale identiteit en uitstraling.

Onze voorstellen:

  • Treinen in provinciale treinconcessies en stations in de provincie worden voorzien van toiletten.
  • De provincie toetst op regelmatige basis of de aanbestedingsafspraken worden nageleefd en handhaaft deze indien nodig door de vervoerders een boete of sanctie op te leggen die niet naar de reiziger doorberekend mag worden.
  • Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid voor slechtzienden van incheckpalen voor de OV-chipkaart worden onderdeel van de aanbestedingseisen. Ook wordt als eis gesteld dat er voldoende OV-chip-oplaadpunten zijn.
  • Stations in provinciale concessiegebieden moeten toegankelijk zijn voor mindervaliden.
  • Bij aanbestedingen wordt in het pakket van eisen opgenomen dat de concessiehouder geen haltes of verbindingen mag opheffen. Daarnaast dient ook de frequentie van de verbindingen gewaarborgd te zijn.
  • Bij aanbestedingen wordt sterk gestuurd op milieuvriendelijkheid van treinen en verlaging van de CO 2 -uitstoot van bussen.
  • Behoud van werkgelegenheid, overname van personeel en minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden voor personeel is een kernpunt bij de gunning aan een andere vervoerder.
  • De provincie ziet erop toe dat na een aanbesteding van een openbaar vervoersconcessie de Wet personenvervoer correct wordt uitgevoerd.
  • De provincie stelt bij aanbesteding van het OV de eis dat vervoersaantallen, op basis van onafhankelijk onderzoek, jaarlijks publiek beschikbaar worden gemaakt.
  • Provincie en gemeenten geven gezamenlijk het eisenpakket bij aanbestedingen vorm als het gaat om het bepalen van routes en frequenties van openbaar-vervoersdiensten.
  • De provincie zet het proces in werking om van de hele provincie één concessiegebied te maken.

HOOGWAARDIG OPENBAAR-VERVOERNETWERK

De SP is voorstander van een hoogwaardig openbaar-vervoernetwerk, zoals snelbuslijnen. De komende jaren zetten we dat beleid voort. Daarnaast zorgen we ervoor dat investeringen in het bestaande spoor tussen Utrecht en Leiden het openbaar vervoer kunnen verbeteren. Met nieuwe stations bij Boskoop, Hazerswoude-Rijndijk en Zoeterwoude-Rijndijk en uitbreiding van dubbelspoor op het bestaande traject zorgen we ervoor dat er een kwartierdienst kan starten en er dubbel zoveel treinen kunnen rijden. Deze plannen zijn al in gang gezet en we zien kritisch toe op de uitvoering.

Onze voorstellen:

  • Bij Hazerswoude-Rijndijk en Zoeterwoude-Rijndijk komen er extra treinstations.
  • De provincie onderzoekt de mogelijkheid om ook Westergouwe aan te sluiten op het spoorwegnet.
  • Er komt een uitbreiding van het dubbelspoor op het HOV-traject Leiden-Utrecht zodat de kwartierdienst kan starten en het aantal treinen hiermee kan verdubbelen.
  • De provincie werkt aan een netwerk van snelwegbussen dat in de spits een volwaardig alternatief biedt voor de auto in het woon-werkverkeer.

Fietsbeleid

De Provincie zet haar beleid van extra investeringen in fietspaden in de provincie voort. Daarnaast streven we naar een verdere uitbreiding van regionale snelfietsroutes en de verbetering van recreatieve fietsroutes. Ook het onderhoud van fietspaden is voor de SP van belang. We verbeteren de veiligheid en we investeren in overstapmogelijkheden van fiets naar openbaar vervoer en bijbehorende goede fietsparkeergelegenheden. De provincie is verantwoordelijk voor het beheer, de aanleg en het onderhoud van fietspaden. Als bovenliggende bestuurslaag kan de provincie de samenwerking zoeken met gemeenten en de regierol nemen om gezamenlijk fietsprojecten uit te voeren.

Veiligheid van alle deelnemers aan het verkeer is een belangrijk speerpunt voor de SP. Kinderen moeten veilig naar school kunnen fietsen en forensen moeten veilig op het werk aan kunnen komen.
Veilige en van het autoverkeer gescheiden fietsinfrastructuur en directe routes tussen steden en dorpen kunnen hieraan bijdragen. Goed onderhoud en beheer van fietspaden, het weghalen van onnodige paaltjes en het veiliger vormgeven van de noodzakelijke paaltjes volgens de opgestelde richtlijnen zijn hierbij van belang. Tevens is het tegengaan van overlast en onveiligheid door het landbouwverkeer op fietspaden een belangrijk speerpunt.

Onze voorstellen:

  • De provincie gaat voort met investeren in het uitbreiden en verbeteren van provinciale fietsroutenetwerken.
  • Snelfietsroutes worden ook echt snelle routes zonder veel oponthoud met wachten op stoplichten en verder overstekend verkeer.
  • De mogelijkheden om de fiets te parkeren bij provinciale OV-stations en bushaltes worden verder uitgebreid.
  • Overlast door landbouwverkeer op fietspaden wordt tegengegaan.

Wandelbeleid

We blijven subsidie verlenen voor de aanleg van wandelroutes waardoor we verder werken aan de realisering van een provincie dekkend netwerk. Ook de zogeheten “boerenlandroutes” vallen hier onder. Extra aandacht gaat uit naar de aanleg van wandelroutes tussen openbaar vervoerhaltes/stations en de verbinding tussen de bebouwde kom en het buitengebied.

Vervoer over water

Een groot deel van de provinciale middelen worden geïnvesteerd in wegen. Waterwegen en spoor blijven hierbij vaak achter. Het beter benutten van waterwegen en spoor voor goederen- en personenvervoer zorgt voor een ontlasting van de wegen, waardoor de kosten voor onderhoud en investeringen in wegen kunnen verminderen. Ook het milieu is gebaat bij meer vervoer over het water, omdat een binnenvaartschip, per vervoerde ton producten, veel minder schadelijke stoffen uitstoot dan een vrachtwagen, minder verkeersongevallen veroorzaakt en minder files oplevert.
We gaan daarom door met het stimuleren van vervoer over water. Vanwege het grote belang van het vervoer over water, wordt er geen steun verleend aan spitsurensluiting van bruggen voor de beroepsvaart. We gaan door met het zoeken naar innovatieve oplossingen zoals een ‘blauwe golf’ voor binnenvaartschepen. Hierdoor hoeven bruggen veel minder lang open en gaan wegvervoer en scheepvaart goed samen. Dit scheelt uitstoot, omdat auto’s zo kort mogelijk met draaiende motor voor de brug staan en schepen niet hoeven te remmen en vaart te maken. Zij kunnen op snelheid
blijven.

Onze voorstellen:

  • Zowel kleine als grote waterwegen worden goed onderhouden en toegankelijk gehouden voor beroepsvaart, er komt een extra impuls voor met name de fijnmazige vaarwegen om deze toegankelijk te houden en achterstallig onderhoud weg te werken.
  • Door het inzetten van nieuwe, meer duurzame en milieuvriendelijke, vaartuigen wordt het openbaar vervoer over water verder verbeterd.
  • De provincie onderzoekt of het waterbusnetwerk verder uitgebreid kan worden zodat meer inwoners van Zuid-Holland van dit goede vervoersnetwerk gebruik kunnen maken.
  • Daarbij wordt, door het inzetten van schepen met verschillende afmetingen, de actieradius van het openbaar vervoer over water verder vergroot.
  • Initiatieven om het openbaar vervoer over water uit te breiden of te verbeteren worden door de provincie aangemoedigd en financieel ondersteund.
  • Waar mogelijk stimuleert de provincie het gratis afgeven van huisvuil van binnenvaartschepen om te voorkomen dat schippers dubbel moeten betalen voor hun huisvuil.
  • Spitsurensluiting van bruggen krijgt geen steun. Er wordt gezocht naar goede alternatieve manieren om weg- en scheepvaartverkeer samen te laten gaan. Bestaande spitsurensluitingen voor de beroepsvaart worden getoetst met de nadruk op alternatieve oplossingen.
  • Bedrijventerreinen die geschikt zijn voor vervoer over water worden hier primair voor bestemd en blijven behouden voor bedrijven die gebruik maken van goederenvervoer over water.
  • Er wordt gewerkt aan een breder netwerk van overslaglocaties; bedrijven die hier gebruik van zullen maken betalen hier aan mee. Er moeten voldoende aanlegplaatsen komen voor de beroepsvaart, zowel voor korte als lange termijn.
  • Overslaglocaties dienen goed te worden ingepast in de omgeving en worden niet aangelegd in of direct naast woonwijken, zoals bij Sluiseiland te Gouda.
  • Waar mogelijk worden zeilschepen verplicht om hun masten omlaag te houden om zo de doorstroom van het vaarverkeer te bevorderen.
  • De binnenvaart wordt waar noodzakelijk verder geclusterd voor doorgang onder bruggen op de huidige vaarroutes. Hierbij houden we rekening met het economische belang van de binnenvaart.
  • De provincie onderzoekt de mogelijkheid om brugwachters terug te laten komen op provinciale bruggen en het effect daarvan op de doorstrooming.

Veerverbindingen

Veerboten zijn voor verschillende regio’s in de provincie een onmisbare verbinding, vooral voor scholieren, forenzen en andere mensen die afhankelijk zijn van de fiets. Voor scholieren is het bijna onmogelijk om zonder deze verbinding op school te komen. Daarom zouden scholieren kosteloos gebruik moeten kunnen maken van deze veren. Het merendeel van deze veren is in private handen of wordt openbaar aanbesteed. In de deze periode is er op initiatief van de SP een revolverend verenfonds opgezet. De investeringen die vanuit dit fonds gedaan worden, worden op deze manier (deels) terugbetaald en kunnen zo telkens opnieuw geïnvesteerd worden; zo kunnen de veren in de provincie behouden blijven.

Onze voorstellen:

  • Scholieren mogen gratis gebruik maken van veerponten.
  • De provincie zorgt er voor dat het permanent revolverend fonds voor onderhoud en ondersteuning van veerpontverbindingen gewaarborgd blijft.
  • Daar waar de mobiliteit gebaat is bij nieuwe oeververbindingen, onderzoekt de provincie de mogelijkheid hiervoor een veerpont in te zetten.
  • Huidige veerverbindingen worden in stand gehouden en verduurzaamd.

6. CULTUUR EN ERFGOED

Zuid-Holland is een zeer herkenbare en mooie provincie. Samen met Noord-Holland vormt zij de bakermat van onze democratie zoals wij hem nu kennen. Niet alleen dat, maar de vele verschillende landschappen, de ruim 200 molens, de vele landgoederen en buitenplaatsen en de historische steden zijn al eeuwen beeldbepalend. Hierdoor heeft Zuid-Holland een eigen karakter, is het een aantrekkelijk woongebied en heeft het veel te bieden voor toeristen en dagjesmensen.

De provincie moet daarom doorgaan met het bijdragen aan het onderhoud van ons gemeenschappelijk erfgoed. Ook het archeologisch erfgoed onder de grond moet voldoende bescherming krijgen. Een samenleving zonder cultuurhistorisch besef is een samenleving zonder identiteit.

Erfgoedlijnen

In het huidige provinciebeleid zijn zeven erfgoedlijnen opgezet rondom de thema’s trekvaarten, de Romeinse Limes, de Waterdriehoek rond de Biesbosch en Kinderdijk, de Atlantikwall, de Oude Hollandse Waterlinie, de Landgoederen en de bedrijvigheid van Goeree-Overflakkee. Het doel van deze erfgoedlijnen is om monumenten met een bepaalde samenhang aan elkaar te koppelen en ze op deze manier aantrekkelijker te maken voor de bezoeker. Ook wordt op deze manier het verhaal achter de verschillende monumenten duidelijker. In de erfgoedlijnen werkt de provincie samen met gemeenten, organisaties en bedrijven met als doel meer geld beschikbaar te maken voor de monumenten. Door deze aanpak is de bijdrage van andere partijen dan de provincie ruim verdrievoudigd.
Met deze erfgoedlijnen gaan we de komende vier jaar door.

Onze voorstellen:

Naast de erfgoedlijnen stellen we de komende vier jaar opnieuw extra geld beschikbaar voor het opknappen van monumenten buiten de erfgoedlijnen. De monumenten moeten voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk zijn.

De provincie zal om de erfgoedlijnen onder de aandacht te brengen een actieve rol vervullen op de landelijke open monumentendag.

Als zich een kansrijke nieuwe erfgoedlijn voordoet dan zal de provincie die opzetten. Een goede geografische spreiding over de provincie speelt daarbij een belangrijke rol.

Indien mogelijk ondersteunen we reeds ingezette uitbreidingen van musea en andere instanties die zich inzetten voor het zichtbaar maken van ons cultuurhistorisch erfgoed zoals bijvoorbeeld het Erfgoedhuis van Zuid-Holland.

Molens

Bij nieuwe bouwplannen moet de provincie onderzoeken of er geen beeldbepalend erfgoed wordt vernietigd. Hetzelfde geldt voor molens. Molens hebben wind nodig om te kunnen draaien.
Hiervoor is de zogenaamde molenbiotoop bedacht, waarbinnen geen nieuwe hoge gebouwen of vegetatie mogen komen. De SP wil dat deze regels worden gehandhaafd. Het college wilde eerder de regels van de molenbiotopen in de bebouwde kom versoepelen, maar de SP heeft dit met steun van de molenaars en andere partijen weten tegen te houden. Op aandringen van de SP heeft de provincie de gemeenten en de eigen organisatie weer geïnformeerd over de mogelijkheden om de molenbiotopen te verbeteren. Het is van belang dat de provincie dit onder de aandacht blijft brengen, want veel molens ontvangen te weinig wind en dat is onder andere slecht voor het onderhoud van de molen, terwijl zij bij tijd en wijlen ook hun bijdrage leveren aan het drooghouden van het karakteristieke landschap. Daarom is er op ons initiatief ook een speciale subsidieregeling ingesteld voor groot onderhoud aan molens.

Onze voorstellen:

  • De provincie promoot actief de nieuw ingestelde subsidieregeling voor groot onderhoud aan molens. Indien nodig breiden we deze regeling uit.
  • De provincie houdt het beleid ten aanzien van de molenbiotopen in stand, met speciale aandacht voor de molens binnen de bebouwde kom. Aantasting van de molenbiotoop is alleen mogelijk bij aantoonbaar zwaarwegende maatschappelijke belangen. Voor de aantasting zal in die gevallen compensatie moeten komen voor beheer en onderhoud van de molen.
  • De provincie blijft zeer terughoudend omgaan met het verplaatsen van molens om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet vanaf het begin met de positie van molens in het landschap rekening worden gehouden.
  • De provincie blijft gemeenten periodiek benaderen met advies over verbetering van de molenbiotopen. Bij ingrepen die in opdracht van de provincie plaatsvinden mogen geen (potentiële) verslechteringen van de biotopen plaatsvinden.
  • We erkennen het belang van het gebruik van molens bij extreem weer om bepaalde polders in onze provincie droog te houden en maken in samenwerking met het waterschap hier afspraken over.

Archeologie

De geschiedenis van Zuid-Holland gaat vele millennia terug en dankzij een groot deel van de bodem blijven archeologische resten goed bewaard. Onze bodem bevat dan ook vele archeologische restanten die veel informatie kunnen geven over onze historie. Deze vorm van erfgoed is zeer kwetsbaar en moet dan ook optimaal beschermd worden en zo lang mogelijk in de bodem blijven.
Dit geldt ook voor het maritiem erfgoed op de bodem van meren en rivieren. Als het dan toch moet worden opgegraven om bijvoorbeeld de aanleg van een weg of woonwijk mogelijk te maken, dan moet de provincie ervoor zorgen dat de vondsten niet alleen maar in het depot belanden, maar dat het opgegraven materiaal zo goed mogelijk beschikbaar komt voor onderzoek en het publiek.

Ook het zichtbaar maken van archeologisch erfgoed in de omgeving zal door de provincie worden bevorderd; goede voorbeelden zullen met gemeenten worden gedeeld. Om ervoor te zorgen dat de kennis die we met archeologische opgravingen opdoen niet versnipperd raakt en beter antwoord geeft op vragen van wetenschappers, gebruikt de provincie de provinciale Archeologische Onderzoeksagenda. Deze is op initiatief van de SP herzien. De SP wil deze onderzoeksagenda vanaf nu permanent actualiseren.

Uit onderzoek van de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed blijkt dat veel kennis uit booronderzoek en proefsleuvenonderzoek niet gebruikt wordt om de brede kennis over onze landschappen in het verleden te vergroten en dat er vaak weinig vervolgonderzoek volgt op vondsten uit de Middeleeuwen. De provincie treed hierom actief in overleg met overige betrokkenen om de kennis op dit punt te vergroten.

Hoewel het niet de voorkeur geniet zijn er toch diverse amateurs actief met het opsporen en opgraven van erfgoed, bijvoorbeeld met een metaaldetector. De provincie gaat het gesprek met hen aan, zodat amateurarcheologen en detectoramateurs hun vondsten melden in het registratiesysteem. Hierdoor zorgen we ervoor dat de kennis over deze opgravingen nietverloren gaat. In de afgelopen vier jaar heeft de SP het initiatief genomen om het provinciale archeologiebeleid te evalueren. Daaruit kwam een aantal verbeterpunten naar voren die we de komende jaren gaan uitvoeren. Een aantal zaken wordt op dit moment al aangepakt zoals het brandveiliger maken van het archeologisch depot. Nu is het tijd om te kijken hoe we het provinciale archeologiebeleid verder kunnen moderniseren en ons erfgoed nog toegankelijker kunnen maken voor onze inwoners en toeristen.

Verder wordt gekeken wat voor kansen er liggen voor samenwerking met bedrijven en instanties die digitale apps en routes gerelateerd aan het archeologisch erfgoed hebben ontwikkeld. Projecten van studenten op dit gebied worden indien mogelijk financieel en praktisch ondersteunt.

De provincie bewaakt de positie van het archeologisch erfgoed als deze door invoering van de Omgevingswet in de problemen komt en treed hierover in overleg met het Rijk.

Onze voorstellen:

  • De provincie blijft geld beschikbaar stellen voor archeologische opgravingen die extra hoge kosten met zich meebrengen.
  • De provincie blijft de ontwikkelingen met betrekking tot ons onderwatererfgoed scherp in de gaten houden en neemt maatregelen als dit erfgoed wordt bedreigd.
  • Projecten van studenten op dit gebied worden indien mogelijk financieel en praktisch ondersteunt in samenwerking met de Rijksoverheid, gemeenten en andere belanghebbende instanties door middel van een fonds.
  • De registratie van het archeologisch erfgoed in het depot zal geoptimaliseerd worden zodat deze beter bruikbaar is voor onderzoek en toegankelijk voor publiek.
  • Veel archeologische vondsten zijn nog in gebruik bij universiteiten. Ook deze vondsten worden snel in kaart gebracht zodat bekend is waar ons erfgoed zich bevindt en zodat andere onderzoekers er gebruik van kunnen maken.
  • De provincie bevordert dat amateurarcheologen en detectoramateurs hun vondsten melden in het registratiesysteem.
  • De provincie blijft zich inzetten voor de nominatie van de Romeinse Limes op de Unesco werelderfgoedlijst, om dit te bereiken, worden de Limes beter zichtbaar gemaakt. Ook het Archeon, een museumpark dat aspiraties heeft om een Unesco World Heritage Hub te worden, wordt hierin verder ondersteund.

Basisvoorziening voor ondersteuning van gemeenten

Gemeenten zijn in principe de verantwoordelijke bestuurslaag voor de deelname van inwoners aan culturele activiteiten. Op dit moment werken de Popunie, het Jeugdtheaterhuis, het Kunstgebouw en de Stichting educatieve orkestprojecten op dit gebied samen in de zogeheten basisvoorziening cultuurparticipatie. Aangezien gemeenten vaak in meerdere regio’s samenwerken en het voor veel gemeenten niet mogelijk is om hier zelfstandig beleid op te voeren, houden we de komende jaren een basisvoorziening in stand en breiden we het budget verder uit zodat gemeenten beter in staat zijn om meer jongeren te bereiken. Ook de regionale informatiefunctie die de deelnemers aan deze basisvoorziening vervullen is iets dat individuele gemeenten overstijgt en ook dit dient vanuit de basisvoorziening te worden ondersteund.

Ons voorstel:

De basisvoorziening behoudt haar financiering om meer jongeren met kunst en cultuur in aanraking te laten komen en wordt indien nodig uitgebreid.

7. ENERGIE EN ECONOMIE

Het is tijd voor klimaatrechtvaardigheid. We moeten samen toe naar een duurzame en milieuvriendelijke economie waarbij de grote vervuilers en het grootkapitaal hun eerlijke, en dus het grootste, deel betalen. Om de in Parijs afgesproken klimaatdoelen te halen zal de komende jaren de omschakeling van fossiele brandstof naar alternatieve vormen van energie toenemen. De SP zet zich in voor deze omschakeling, die moet leiden tot een duurzame en milieuvriendelijke manier om onze energie op te wekken. De SP stelt hieraan wel een aantal belangrijke voorwaarden. Iedereen zal moeten meehelpen, maar dit lukt alleen als de invoering van alternatieve vormen van energie op een klimaatrechtvaardige manier gebeurt, via het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Daarbij is ook de inzet van de provincie gericht op het voor iedereen betaalbaar houden van de energierekening. Ook de voor deze omschakeling benodigde investeringen moeten voor iedereen bereikbaar en betaalbaar blijven.
Als het gaat om alternatieve energiebronnen geeft de SP de voorkeur aan energie uit aardwarmte, water, zonnepanelen, windmolens en restwarmte. Daarbij hoort een goede inpassing, voldoende draagvlak en het serieus laten delen in de opbrengst door omwonenden.

Energie

De afgelopen jaren hebben we ons daarom ingezet om, op plaatsen waar dit mogelijk en gewenst was, windturbines te plaatsen. Ook de komende jaren zijn windturbines welkom in Zuid-Holland, maar we blijven letten op de inpassing in het landschap en het draagvlak onder de bevolking. Samen staan we sterk. Wat de SP betreft wordt daarom de komende jaren vooral ingezet op collectieve windturbineparken, in eigendom van de Zuid-Hollandse inwoners zelf. Zo gaan we er voor zorgen dat mensen niet slechts de lasten van windenergie ervaren, maar ook meedelen in de lusten. Ditzelfde willen we bevorderen voor de toepassing van zonnepanelen. Ook bij deze vorm van energie-opwekking willen we collectieven van inwoners steunen bij het opzetten van projecten rond zonne-energie.
Wat de SP betreft worden alle daken in Zuid-Holland, die hiervoor geschikt zijn, bedekt met zonnepanelen. Daarnaast worden ook zonne-energieprojecten toegestaan in gebieden die op termijn niet
meer geschikt zijn voor een agrarische bestemming, zoals de diepere veenweidegebieden, onder de voorwaarde dat betrokken agrariërs en omwonende hiervan substantieel meeprofiteren.

Alleen al in de Rotterdamse haven wordt jaarlijks twee keer zoveel warmte-energie gratis en voor niks geloosd in lucht en water dan het verbruik van alle Zuid-Hollandse huishoudens bij elkaar. Mede daarom is de SP voorstander van het hergebruik van restwarmte in huishoudens en steunt zij het opzetten van de warmterotonde. Hierbij stellen wij wel enkele belangrijke voorwaarden. Zo mogen de kosten voor deze vorm van energie voor de inwoners van Zuid-Holland nooit meer worden dan zij nu betalen voor de aansluiting, energie en transport van aardgas. Daarnaast zijn wij van mening dat, hoewel alle bedrijven hun restwarmte zouden moeten kunnen leveren aan het systeem, dit nooit mag leiden tot een verlenging van het gebruik van fossiele energie bij deze bedrijven. Bovendien dient de warmterotonde waar mogelijk zoveel mogelijk gebruik te maken van natuurlijke energiebronnen zoals aardwarmte. Investeringen in energie uit getijden en de warmterotonde zetten we voort, onder de
eerder genoemde voorwaarden.

Fossiele brandstof hoort niet meer bij deze tijd want het is slecht voor mens en milieu. Het winnen van fossiele brandstof in Zuid-Holland wordt, wat de SP betreft, zo snel als mogelijk afgebouwd.
Nieuwe boorputten naar fossiele brandstof, waaronder ook (schalie)gas, worden in deze provincie niet toegestaan. Daarom zal de provincie dan ook niet meewerken aan het uitvoeren van exploratie-boringen. Naast het zoeken naar alternatieve bronnen van energie zet de provincie vooral ook in op energiebesparing en neemt hiertoe, naast zelf het goede voorbeeld te geven, initiatieven die energiebesparing stimuleren.

Onze voorstellen:

  • De provincie zet zich bij het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen in voor klimaatrechtvaardigheid en het betaalbaar houden van energie voor iedereen.
  • Er komt een provinciaal fonds dat kleinschalige lokale alternatieve energie-initiatieven gaat ondersteunen en stimuleren.
  • De provincie onderzoekt de mogelijkheid tot het opzetten van een eigen provinciale energiemaatschappij, om daar waar lokale alternatieve energie-initiatieven gewenst maar niet levensvatbaar zijn hiertoe zelf, desgewenst in samenwerking met de betrokken gemeente(n), het initiatief te kunnen nemen.
  • Bij alle ontwikkelingen die de provincie initieert op het gebied van de energievoorziening staan energiedemocratie en klimaatrechtvaardigheid voorop en houden mensen zeggenschap over hun eigen energievoorzieningen.
  • Er komt een mogelijkheid om zonne-energieprojecten te ontwikkelen in de diepere veenweidegebieden die op termijn niet langer geschikt zullen zijn voor hun huidige agrarische functie.
  • De provincie moet veel meer investeren in maatregelen om woningen van mensen (om te beginnen met de laatste inkomens) te verduurzamen. Zo profiteren ook mensen met lagere inkomens van een lagere energierekening.
  • We gaan door met de ontwikkeling van de warmterotonde, onder de voorwaarden dat het gebruik van fossiele energie, bij bedrijven die deze warmte leveren, niet nodeloos wordt verlengd en de kosten voor de eindgebruiker nooit meer worden dan de kosten voor de levering en het gebruik van aardgas.
  • Bij de eigen initiatieven rond alternatieve energie en die door derden streeft de provincie altijd naar een goede inpassing, voldoende draagvlak en het serieus mee profiteren van de voorgestelde ontwikkeling door omwonenden.
  • De provincie zet het beleid om alle provinciale wegen te voorzien van LED-verlichting voort en blijft zich in haar eigen organisatie richten op permanente energiebesparingen.
  • De provincie gaat door met het stimuleren van milieuvriendelijke en duurzame alternatieve bronnen van energie, zoals bijvoorbeeld getijdencentrales, aardwarmte en restwarmte (warmterotonde).
  • De SP wil geen kerncentrales in Zuid-Holland en zal zich hier sterk tegen verzetten.
  • De provincie werkt niet mee aan het uitvoeren van exploratieboringen naar (schalie)gas en het slaan van nieuwe boorputten in bestaande velden.
  • De provincie doet alles wat binnen haar mogelijkheden ligt om het sluiten van de resterende kolencentrales te bevorderen.

Economie

In een mooie en aantrekkelijke provincie als Zuid-Holland is ook een goede en duurzame economie van belang. Kansrijke innovatieve initiatieven, die tot doel hebben onze economie te versterken en te verduurzamen, blijven we ondersteunen via bijvoorbeeld het Innovation Quarter (IQ). Het midden- en kleinbedrijf is de echte banenmotor van dit land en zorgt voor lokale welvaart in plaats van kapitaalstromen richten de superrijken; daarom verdient het MKB onze blijvende ondersteuning. Bij aanbestedingen moeten kleine (Zuid-Hollandse) ondernemingen daarom ook een kans krijgen. Aanbestedingen in delen aanbieden helpt daarbij en de provincie kan het MKB ook ondersteunen in het provinciale inkoopbeleid. De provincie houdt sowieso een zo kort mogelijke betalingstermijn aan. Bij alle aankopen door de provincie zoeken we naar mogelijkheden die niet ten koste gaan van arbeidsomstandigheden, natuur en milieu.

De provincie gaat door met het creëren van echte banen. Ondersteunende medewerkers, zoals schoonmakers en cateraars, nemen we zelf in dienst. Daarnaast moet de provincie de samenwerking tussen overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen bevorderen, zodat arbeidsmarkt en onderwijs beter op elkaar gaan aansluiten en de werkgelegenheid kan groeien. Bij aanbestedingen stelt de provincie meer dan voorheen ook eisen op die uitbuiting van arbeiders tegengaan en een fatsoenlijk voor arbeiders garanderen. Dit kan onder andere door ontbindende voorwaarden in contracten op te nemen en het gedrag van bedrijven in het verleden mee te laten wegen bij de gunning van contracten. Actieve betrokkenheid bij het bevorderen van de economie mag er niet toe leiden dat de overheid risico’s gaat dragen die bij het bedrijfsleven thuishoren. We blijven terughoudend bij publiek-private samenwerking. De ervaring leert dat in veel gevallen de overheid en dus de belastingbetaler met de financiële risico’s en tekorten achterblijft. De provincie is er niet voor het kapitaal, maar voor de mensen: daar zal de SP op blijven toezien.

Onze voorstellen:

  • De provincie gaat door met het stimuleren van duurzame innovatieve initiatieven bijvoorbeeld via het Innovation Quarter (IQ).
  • Bij aanbestedingen krijgen lokale MKB-bedrijven de voorkeur.
  • De rekeningen die de provincie krijgt worden binnen dertig dagen betaald.
  • De provincie zet zich in om ondersteunende medewerkers als schoonmakers en catering weer zelf in dienst te nemen.
  • De provincie bevordert de samenwerking tussen overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen.
  • Aanbestedingen stelt de provincie zo op dat uitbuiting zo veel mogelijk wordt tegen gegaan.

Detailhandel

Kleinere, lokale winkels en bedrijfjes houden onze stads- en dorpskernen gezond en zorgen voor een fijn, bruisend en levendig gevoel overal in onze prachtige provincie. Om deze gezonde situatie te waarborgen en leegstand (door marktfalen als gevolg van ongebreidelde groei en de invloed van roofkapitaal) te voorkomen, is een strikt vestigingsbeleid noodzakelijk. Hierdoor krijgen de inwoners weer grip op hun omgeving en kunnen zij zich thuis blijven voelen. Uitbreiding van detailhandel is onder voorwaarden mogelijk en dan vooral in gebieden waar bevolkingsuitbreiding is voorzien. In alle voorkomende gevallen dient daarbij aangetoond te worden dat uitbreiding geen gevolgen heeft voor nabijgelegen bestaande detailhandel en winkeliers in bestaande winkelgebieden. De provincie bevordert functiewijziging van gebieden zodat de leegstaande ruimte voor andere doeleinden, zoals wonen, kan worden gebruikt. Gemeenten stellen in regionaal verband detailhandels-, kantoren- en woonvisies op waarin de plannen staan voor de locaties en hoeveelheden vloeroppervlak. Deze plannen worden voortaan onafhankelijk getoetst voordat ze aan de provincie worden voorgelegd.
Een hervorming van de regionale economische overleggen is hiervoor noodzakelijk. Buiten bestaande winkelgebieden is geen plaats voor grootschalige winkels zoals outletcentra; binnen deze gebieden kan dit alleen als de bestaande winkels in het gebied hier geen nadelige gevolgen van ondervinden.

Onze voorstellen:

  • De provincie zet zich in om leegstaande detailhandelslocaties te saneren of door het stimuleren van bestemmingswijzigingen weer een zinvolle bestemming te geven.
  • De provincie blijft terughoudend bij verzoeken tot uitbreiding van de detailhandel.
  • Regionale plannen voor kantoren, bedrijventerreinen en detailhandel worden door een onafhankelijke instelling getoetst.
  • Het aantal perifere detailhandelslocaties zonder gezond toekomstperspectief moet worden terug gebracht.
  • Geen grootschalige winkelbedrijven (zoals outletcentra) buiten het bestaande winkelgebied.
  • Binnen het bestaande winkelgebied alleen als er geen sprake is van verdringing van bestaande bedrijven in het gebied.

8. OPENBAAR BESTUUR EN FINANCIËN

Als SP willen we de lijn voortzetten waarbij zaken niet van bovenaf aan gemeenten worden opgedrongen, maar waarbij provincie en gemeenten juist in goed overleg als bestuurlijke partners opereren. Volgens de SP is dit de bestuursstijl die bij een goed provinciaal bestuur past. We hebben ons hier keihard voor ingezet, maar het kan altijd beter en daar willen wij werk van maken. Wij zien dat als investeren in vertrouwen. De provincie blijft zich de komende jaren richting de gemeenten opstellen als partner en bevordert dat gemeenten hun taken goed kunnen uitvoeren en daarbij de provinciale belangen in hun beleid opnemen, zodat we het samen voor iedereen beter kunnen maken.

SAMENWERKING MET EN TOEZICHT OP GEMEENTEN

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun beleid en de uitvoering ervan. De provincie houdt toezicht op een aantal onderdelen van het gemeentelijk beleid. Om de bestuurlijke verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de gemeenten te laten, bevordert de provincie (onder andere via informatieoverdracht) dat gemeenteraadsleden hun colleges zo goed mogelijk kunnen controleren. Zo voorkomen we administratieve rompslomp en zorgen we voor lagere administratieve lasten voor gemeenten.
Bij gebleken problemen grijpt de provincie adequaat en proportioneel in. Indien als gevolg van besluiten van het Rijk provinciale taken moeten worden overgedragen, dan wil de SP dat democratisch gekozen overheden deze taken gaan uitvoeren. Mensen moeten namelijk grip en zeggenschap houden op hun omgeving.

ONZE VOORSTELLEN:

  • De provincie blijft bevorderen dat gemeenteraadsleden hun controlerende taak richting hun colleges goed kunnen uitvoeren teneinde het toezicht op gemeentelijke besluiten te verbeteren.
  • De provincie blijft gemeenten ondersteunen om goed samen te werken en doelgericht problemen aan te pakken.
  • De provincie blijft waakzaam als het gaat om de democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden tussen gemeenten.
  • De SP blijft zich verzetten tegen gelaagde, ondemocratische bestuurslagen zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

MEER DEMOCRATIE

De SP zet zich in voor de menselijke maat, ook bij gemeenten. De democratie moet lokaal, bereikbaar en overzichtelijk zijn. Wij zijn dan ook geen voorstander van steeds groter wordende gemeenten. Gemeentelijke fusies lossen zelden problemen van gemeenten op, kosten vaak extra geld, laten het aantal voorzieningen afnemen, zorgen voor een grotere afstand tussen de inwoners en de politiek en laten de opkomst bij verkiezingen structureel dalen. Grote gemeenten functioneren niet per definitie beter dan kleinere gemeenten. Omdat gemeenten er de komende jaren voor moeten zorgen dat de extra taken die ze van het Rijk hebben gekregen goed uitgevoerd worden, helpt een complex proces als een fusie daar zeker niet bij.

De SP wil waterschappen omvormen tot uitvoeringsorganisaties. De politieke besluitvorming kan beter naar de provincie. Vanwege het bredere en complexere takenpakket van de Waterschappen is het van belang dat deze democratischer worden. De SP staat kritisch tegenover het aangaan van internationale bestuurlijke contacten door de provincie. Als de provincie meent dat een internationale betrekking noodzakelijk is, dan moet het democratisch karakter en de mensenrechtensituatie van het betrokken land een doorslaggevende rol spelen bij het bepalen van de wenselijkheid van het betreffende contact. In reeds bestaande contacten met landen, waarvan de situatie met betrekking tot de mensenrechten te wensen over laat, stelt de provincie deze binnen het contact aan de orde. Als de situatie naar Nederlandse maatstaven te ernstig is verbreken we het contact.

ONZE VOORSTELLEN:

  • Gemeentelijke herindelingen kunnen alleen vanuit gemeenten zelf en met voldoende draagvlak worden geïnitieerd. Slechts in uitzonderlijke situaties kan de provincie tot herindeling overgaan.
  • De provincie ondersteunt gemeenten die in goed onderling overleg en middels voldoende participatie van onderop hun gemeente willen splitsen in twee afzonderlijke, meer werkbare gemeenten.
  • Gemeenten die zich via raadsbesluit willen oriënteren op hun bestuurlijke toekomst krijgen zo lang mogelijk een kroonbenoemde burgemeester.
  • We starten een onderzoek naar de mogelijkheid om de waterschappen weer bij de provincie te voegen en bepleiten dit ook bij het Rijk.
  • Internationale contacten worden getoetst op democratie en mensenrechten. Als er na contact hierover geen wens is bij de andere partij tot verbetering zullen wij het contact beëindigen.

JOURNALISTIEK

Op dit moment voert de Universiteit Leiden in opdracht van de provincie onderzoek uit naar de staat van de journalistiek in Zuid-Holland. De lokale en regionale journalistiek staat al jaren onder druk.
Voor een gezonde democratie is een sterke journalistiek echter van groot belang. De SP wil extra middelen beschikbaar stellen om de Zuid-Hollandse journalistiek te versterken als uit het onderzoek blijkt dat de provincie hierin een rol kan vervullen.

PROVINCIALE FINANCIËN OP ORDE

De SP staat voor een degelijk financieel beleid. De afgelopen acht jaar heeft de SP dit ook aangetoond als collegepartij in Zuid-Holland. De financiële positie van Zuid-Holland is op dit moment goed en een stuk beter dan acht jaar geleden. Van belang is wel dat het voor bepaalde doelen gereserveerde geld sneller in die doelen geïnvesteerd gaat worden. We blijven daarom terughoudend omgaan met externe inhuur bij de provincie. De afgelopen jaren hebben we deze kosten flink kunnen terug brengen. De totale externe inhuur kost maximaal 10 procent van de totale personeelskosten die de provincie per jaar kwijt is. De provincie Zuid-Holland zet vooral in op het uitwisselen van ambtenaren met andere overheden, zoals gemeenten en ministeries. Op deze wijze kunnen we voor specifieke projecten toch ‘kennis’ van buiten de eigen organisatie naar binnen halen. Door in bepaalde sectoren, zoals het openbaar vervoer en de opwekking van duurzame energie, de marktwerking buitenspel te zetten kunnen we nog meer kosten besparen en bepaalde diensten voor onze inwoners betaalbaar houden.

SUBSIDIEVOORWAARDEN

Organisaties die werknemers of bestuurders in dienst hebben die meer verdienen dan het salaris van een minister, krijgen geen subsidie meer van de provincie. In de subsidieverordening van de provincie wordt de inkomenseis als bindende voorwaarde opgenomen. Organisaties die zelf optreden als sponsor van bijvoorbeeld evenementen, kunnen geen aanspraak maken op subsidie. In de subsidieverordening van de provincie wordt ook deze eis als bindende voorwaarde opgenomen.

ONZE VOORSTELLEN:

  • Organisaties die werknemers of bestuurders in dienst hebben die meer verdienen dan het salaris van een minister, krijgen geen subsidie van de provincie. Pas als zij dit aanpassen komen zij weer in aanmerking voor subsidie.
  • Organisaties die zelf optreden als sponsor van bijvoorbeeld evenementen, kunnen geen aanspraak maken op subsidie.
  • De totale externe inhuur blijft qua kosten maximaal 10 procent van de totale personeelskosten.

PROVINCIE GEEFT HET GOEDE VOORBEELD

De SP is er voor iedereen, daarom zetten wij ons in om binnen de organisatie van de provincie zo veel mogelijk arbeidsplaatsen beschikbaar te stellen om ook mensen met een arbeidsbeperking aan zinvol werk te helpen in alle lagen van de organisatie. Dit werk mag niet onder het minimumloon betaald worden. Ook zorgt de provincie voor voldoende stageplaatsen. De provinciale organisatie zou een goede afspiegeling moeten zijn van onze inwoners. De provincie bevordert de diversiteit van de eigen organisatie en het welzijn van haar personeel. In contacten met inwoners bevordert de provincie dat haar uitingen begrijpelijk zijn en dat ook laaggeletterden hier kennis van kunnen nemen en kunnen reageren op bijvoorbeeld provinciale besluiten.

EEN ACCEPTABELE EN TRANSPARANTE BELASTINGDRUK

Zuid-Holland heeft in vergelijking met andere provincies een hoge motorrijtuigenbelasting, de zogenaamde opcenten. In 2016 hebben we de opcenten zelfs permanent verlaagd. Landelijk pleit de SP nog steeds voor afschaffing van de opcenten. Zolang deze niet zijn afgeschaft, wil de SP geen verhoging van de opcenten in Zuid-Holland.

ONZE VOORSTELLEN:

  • De opcenten worden niet verhoogd.
  • Afhankelijk van andere prioriteiten, zoals bijvoorbeeld het verbeteren van het openbaar vervoer, bekijkt de provincie of het mogelijk is om de opcenten verder te verlagen.
  • De provincie stelt in de eigen organisatie voldoende stageplaatsen en arbeidsplaatsen beschikbaar om mensen met een arbeidsbeperking en studenten aan zinvol werk en bruikbare ervaring te helpen. Werken onder het minimumloon staan we niet toe.
  • Indien mogelijk bieden we stagiairs/trainees die aantoonbaar goed functioneren een arbeidsplaats aan binnen de eigen organisatie.

Foto: SP

Doe mee

Meld je aan

Terug naar boven