h

GS slaan plank mis in beantwoording vragen over Oostvlietpolder.

10 oktober 2004

GS slaan plank mis in beantwoording vragen over Oostvlietpolder.

De beantwoording van vragen van SP Statenlid Bart Vermeulen over het vernietigen van het streekplan voor de Oostvlietpolder heeft bij de SP fractie veel vraagtekens opgeroepen. In vervolgvragen wil SP-er Vermeulen nu eens een duidelijk antwoord van Gedeputeerde Staten. In antwoord op vragen van Vermeulen stellen GS dat het streekplan alsnog goedgekeurd kan worden als Provinciale Staten bereid zijn de contour rond de Oostvlietpolder vast te stellen volgens het bestemmingsplan.
Volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening is het streekplan echter het toetsingskader voor een bestemmingsplan.
“Het lijkt wel de wereld op z’n kop”aldus Bart Vermeulen. “Op deze manier is van een juiste toetsing geen sprake meer. Het lijkt me niet dat PS hieraan mee kunnen werken want dat zou een zeer gevaarlijk precedent scheppen.”
Opmerkelijk is verder dat in het bestemmingsplan geen melding wordt gemaakt van een contour zoals in het streekplan staat.
Andere vragen die de SP heeft ingediend gaan over de mogelijkheid van verstedelijking van de gehele polder (met uitzondering van de strook tussen de Europaweg en de Vrouwenweg) aangezien de hele polder binnen de rode contour is geplaatst en het tracéonderzoek van de Rijnlandroute.

Zie hieronder de schriftelijke vragen;

Aan de voorzitter van Gedeputeerde Staten van Zuid Holland.

Betreft: Schriftelijke vragen ex artikel 54 reglement van orde.

Onderwerp: Vervolgvragen gevolgen vernietiging streekplan mbt Oostvlietpolder.

Toelichting: Op 28 september hebben GS de schriftelijke vragen over de gevolgen van de vernietiging van het streekplan mbt Oostvlietpolder beantwoord. De beantwoording van GS heeft echter bij de SP fractie een aantal vraagtekens en derhalve nieuwe vragen opgeroepen.

In antwoord op vraag 2 (28-09) stelt u dat het plan alsnog goedgekeurd kan worden als PS bereid zijn de contour rond de Oostvlietpolder vast te stellen overeenkomstig het bestemmingsplan.
Volgens de Wet op de Ruimtelijke Ordening is het streekplan het toetsingskader voor een bestemmingsplan. Daarnaast bevat het bestemmingsplan Oostvlietpolder geen (rode) contour waaraan het streekplan aangepast zou kunnen worden.

1. Onderschrijft u de stelling dat bestemmingsplannen getoetst moeten worden aan het streekplan?
Indien nee, waarom niet?

2. Op basis van welke gegevens meent u aan PS te mogen vragen het streekplan aan te passen op basis van het ingediende bestemmingsplan Oostvlietpolder gelet op het feit dat volgends de Wet op de Ruimtelijke ordening bestemmingsplannen getoetst moeten worden aan het streekplan?

3. Hoe kunnen PS de contour rond de Oostvlietpolder vaststellen overeenkomstig het bestemmingsplan als in datzelfde bestemmingsplan geen contour is opgenomen?

In antwoord op vraag 4 (28-09) stelt u dat er circa 40 ha begrensd in het streekplan is opgenomen en er een ontwikkelingspijl is opgenomen voor lange termijnontwikkeling in de polder.

4. Hoe moet ik uw antwoord op vraag 4 (28-09) lezen in relatie tot het feit dat 1 van de toegewezen bezwaren door de Raad van State bij de vernietiging van het deel van het streekplan voor de Oostvlietpolder was dat het streekplan geen begrenzing van 40 ha aan bedrijventerrein bevat, maar de hele polder (op het gedeelte tussen de Vrouwenweg en de Europaweg na) binnen de rode contour brengt.

Volgens de NVM was in Nederland in 2001 aan bedrijfsruimte 4,4 miljoen vierkante meter beschikbaar en in 2003 stond 6,0 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte (geen kantoorruimte) leeg.

5. Hoeveel van die 6,0 miljoen vierkante meter bevindt zich in de Leidse regio en hoeveel ruimte denkt u in de Leidse regio nodig te hebben?

In antwoord op vraag 5 (28-09) stelt u dat het niet de bedoeling is om de gehele Oostvlietpolder te verstedelijken omdat u ook ruimte nodig heeft voor groene verbindingen, volkstuinen en eventueel de N11 west (Rijnlandroute).
Dit is op zichzelf juist, het gedeelte tussen de Vrouwenweg en de Europaweg mag niet verstedelijken. Maar de overige in het antwoord genoemde functies lagen al binnen het vernietigde deel van de rode contour.

6. Deelt u de conclusie van de SP dat als de Rode contour niet wordt aangepast de hele polder (op het gedeelte tussen de Vrouwenweg en de Europaweg na) nog steeds verstedelijkt kan worden?
Indien nee, waarom niet?

7. Deelt u de conclusie van de SP dat de provincie mbt tot de Rijnlandroute op dit moment niet de locatie onderzoekt zoals in het bestemmingsplan Oostvlietpolder is vastgelegd maar alleen andere locaties (o.a. dwars door het graslandreservaat)?
Indien nee, waarom niet?

8. Was de tracékeuze voor de N11 west langs het graslandreservaat als voorgestaan in het bestemmingsplan Oostvlietpolder bij het goedkeuringsbesluit door GS op 6 juli 2004 al achterhaald en dus niet aan de orde?
Indien ja, waarom hebt u het bestemmingsplan dan toch ongewijzigd goedgekeurd?
Indien nee, waarom niet?

In uw antwoord op vraag 6 (28-09) stelt u dat u uw gegevens heeft gebaseerd op het natuurwaardenonderzoek van de gemeente Leiden.

9. Is het juist dat ook de provincie zelf een natuurwaardenonderzoek moet verrichten?
Indien ja, waarom blijft u dan verwijzen naar het natuurwaardenonderzoek van de gemeente Leiden?
Indien nee, waarom niet?

U bent hier