h

Dakloze jongeren in Zuid-Holland

14 maart 2012

Dakloze jongeren in Zuid-Holland

Begin dit jaar werd bekend dat het aantal jongeren in de daklozenopvang in Nederland met 16% gestegen is. De SP in Zuid-Holland vroeg naar aanleiding hiervan aan Gedeputeerde Staten hoe het in onze provincie gesteld is met de dakloze jongeren.
Naar aanleiding van de antwoorden en de reactie van de staatsecretaris op vragen van de SP Kamerfractie, stelt de SP Statenfractie vervolgvragen. SP Statenlid Esther Zwaan: “Uit de antwoorden op onze vragen blijkt dat er op provinciaal niveau geen cijfers bekend zijn. De nazorgprojecten blijken verder nog te kort te lopen om te kunnen evalueren. Hopelijk is er binnen een jaar meer duidelijkheid.”
JSO (expertisecentrum voor Jeugd, Samenleving en Opvoeding) ontwikkelde in 2011 samen met Bureau Jeugdzorg, jeugdzorgaanbieders, jongeren uit de jeugdzorg en Tympaan een digitaal meetinstrument. Deze wordt door jongeren die jeugzorginstellingen verlaten ingevuld en moet zicht geven op wat jongeren op het gebied van nazorg nodig hebben. De nazorgvoorzieningen kunnen dan worden aangepast aan de behoeften.

De SP Tweede Kamer fractie heeft ook vragen gesteld over de toename van dakloze jongeren in de opvang. De staatsecretaris geeft aan dat ze de Federatie Opvang wil vragen een uitsplitsing van de cijfers te maken naar centrumgemeente, om te zien of er lokale verschillen zichtbaar zijn.

SP Statenlid Esther Zwaan: “We zijn benieuwd naar de precieze cijfers voor onze regio en vooral naar de oorzaken van een eventuele stijging. We hebben de Gedeputeerde gevraagd of de provincie de gemeenten ertoe kan bewegen om structureel, bijvoorbeeld via een regionaal meldpunt, te gaan bijhouden hoeveel dak- en thuisloze jongeren er zijn. Op die manier krijgen gemeenten inzicht in de problematiek. Met het zicht op de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten is dit geen overbodige luxe.”

Op de vraag van de SP Kamerfractie waarom jongeren 4 weken moeten wachten voor ze een uitkering aan kunnen vragen en of dat wel een verstandig plan is, antwoordde de staatsecretaris: ‘De periode van vier weken is nadrukkelijk géén wachttijd, maar een zoektijd. Hiermee benadrukt de regering specifiek de eigen verantwoordelijkheid van jongeren voor hun toekomst. Zij moeten zich al vroeg realiseren dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor werk en inkomen opdat zij zelf in hun kosten van levensonderhoud kunnen voorzien.’
Zwaan: “Ongehoord dat de staatsecretaris op deze manier spreekt over kwetsbare jongeren die soms al hun hele jeugd hebben moeten vechten om overeind te blijven in een voor hen onveilige wereld. Als je deze jongeren niet ondersteunt dan beginnen ze hun volwassen leven met een schuld en dat is een slechte start. Jongeren met schulden hebben een groter risico om dakloos te worden.”

De staatsecretaris zei desondanks toe dat ze met de jeugdzorginstellingen zal onderzoeken hoe de termijn van vier weken wellicht eerder in het hulpverleningstraject ingezet kan worden.
De SP in Zuid-Holland heeft vervolgvragen gesteld aan de Gedeputeerde en daarin gevraagd of de jeugdzorginstellingen in Zuid-Holland al op deze manier kunnen werken en wanneer dat niet het geval is of de provincie alles doet wat in haar macht ligt om het mogelijk te maken dat instellingen de ruimte krijgen om een uitkeringsaanvraag eerder te starten.

U bent hier